Goudglitter manifestaties

Bovennatuurlijk is booming en onze honger naar het vinden van tekenen, met een boodschap ‘speciaal voor ons’ is groot. Soms wordt dit verward met het hebben van geestelijke honger. Ook in protestantse kring wordt steeds vaker getuigd van wonderlijke fenomenen, die de overhand dreigen te nemen over het getuigenis dat Jezus de Messias is. Mensen claimen gouden vullingen in hun kiezen te krijgen tijdens samenkomsten, olie uit hun handen of Bijbels te zien vloeien, of ineens met goudstof worden bedekt. Anderen zien glitterwolken neerdalen, horen engelen zingen, of zien veertjes vallen en geloven dat dit betekent dat God grote, nieuwe dingen aan het doen is.

Tijdens een evangelisatiebijeenkomst van kerkleider Mattheus van der Steen in Indonesië in 2009 gebeurde er iets bijzonders. Willem Ouweneel was hier getuige van en vertelt in een interview met het Nederlands Dagblad: ‘Tijdens de aanbidding kwam er goud uit zijn bijbel en tijdens de prediking lag de vloer bezaaid met goudvlokjes.’ 1 Heel wonderlijk en ook indrukwekkend voor omstanders kan ik me voorstellen. Maar dit goudstof fenomeen is op zichzelf geen unicum. De Amerikaanse Ruth Heflin stond bekend om goudstof-opwekkingscampagnes waarmee ze de wereld over reisde. ‘Mensen die haar opwekkingsbijeenkomsten bijwoonden zeiden goudstof te zien verschijnen op hun gezichten en handen, en sommigen vertelden dat God gouden vullingen in hun tanden had gestopt. Sommige mensen zeiden zelfs diamanten, robijnen of veren te hebben zien verschijnen,’2 zo schrijft Charisma Magazine. De wonderen begonnen nadat Braziliaans evangelist Silvania Machado één van de bijeenkomsten in 1998 bijwoonde. Tijdens die bijeenkomst zou er olie uit Machado’s lichaam hebben gevloeid, goudstof haar gezicht hebben bedekt en er goudstof van haar hoofd in haar in haar bijbel zijn gevallen.

De Filipijnse Emma de Guzman is ook bekend vanwege het verschijnen van goudstof op haar gezicht. Dat goudstof daalt op haar neer vlak voordat ze in extase raakt en de tegenwoordigheid ervaart van Maria, overleden mensen of engelen. In één van haar boodschappen liet de Mariaverschijning Emma weten dat zij, Maria, de middelaar tussen mens en Jezus is.3 Uit Lukas 1.47 weten we echter dat Maria zelf zei God als Zaligmaker nodig te hebben en in 1 Timotheüs 2.5 lezen we dat haar Zoon Jezus de enige Middelaar tussen God en mens is. Deze Maria is daarmee duidelijk niet Maria uit de Bijbel, maar een misleidende geest. Hoewel de verschijning van glitter (niet goudglitter overigens) op Emma’s gezicht wel degelijk echt is, is God niet de oorsprong van dit wonder. ‘Echt gebeurd’ is niet synoniem voor ‘van God.’

Net als Mozes namens God, konden Jannes en Jambres ook water in bloed veranderen en een kikkerplaag veroorzaken. Maar zij waren tovenaars en hun wonderen waren niet van God. Zoals de komst van de ware Messias op aarde gepaard ging met wonderen en tekenen die getuigden van de waarheid, zo zal de komst van de wetteloze mens gepaard gaan met leugenachtige tekenen en wonderen, zegt de Bijbel. (2 Thess 2) Wonderen en tekenen zo overtuigend, dat ze zelfs in staat zijn gelovigen te misleiden en aan te zetten tot het volgen van een andere god. (Deut. 13.1, Matt 24.24, Mark 13.22, 2 Thess 2.9)

De grap is dat juist dit verschijnen van indrukwekkende, maar tegelijk ook valse tekenen en wonderen een teken op zich is; een teken dat Jezus zelf gaf als bewijs voor Zijn aanstaande wederkomst. (Matt 24.24) Een teken dat ons maant tot waakzaamheid om niet zomaar elke geest te geloven, maar de geesten te testen.

De komst van de wetteloze mens zal overeenkomstig satans karakter gepaard gaan met bedrieglijke tekenen, wonderen en machtsvertoon omdat zij die verloren gaan de reddende waarheid wilden aannemen. Is het niet bijzonder dat sommige kerkleiders preken dat juist een misleidend wonder als dwarrelend goudstof de manifestatie van Gods aanwezigheid is, zodat mensen massaal de verschijning van dit goudstof beginnen te aanbidden? Kerkleider Bill Johnson getuigt er zelfs van hoe mensen door goudstofverschijningen gered worden. Wat ‘redding’ dan nog moge betekenen. ‘Ik heb een kennis.. – die nu bij de Heer is. Hij zat in het vliegtuig terwijl goud openbaar begon te worden, echt gewoon letterlijk begon neer te dalen. Mensen konden het op hem zien vallen. En de stewardess kwam naar hem toe.. ze was verbijsterd! Ze werd uiteindelijk gered. Alle mensen eromheen werden gered. Want hij zat daar gewoon te zitten en de Heer [verwijzend naar het goudstof] verscheen op hem. En mensen zagen het en werden gered. Simpelweg het goud dat openbaar begon te worden, begon te vallen..  Willen we een teken worden? Dat is een uitnodiging..’4  

‘ls in uw midden een profeet opstaat of iemand die dromen heeft, en u een teken of wonder geeft, en dat teken of dat wonder waarvan hij tot u gesproken had komt en hij zegt: Laten we achter andere goden aan gaan, die u niet kent, en laten we die dienen, luister dan niet naar de woorden van die profeet of naar hem die die dromen heeft! Want de Heere, uw God, stelt u dan op de proef om te weten of u de Heere, uw God, liefhebt met heel uw hart en met heel uw ziel.’ Deuteronomium 13.1

Foto’s van links naar rechts: charismatisch evangelist Silvania Machado, Emma de Guzman na een Mariaverschijning en charismatisch profeet Kobus van Rensburg

Zelfbeschikking en een plastic rietje

Afgelopen week ontving de Stichting Reclame Code honderden klachten over de reclamecampagne van Week van het Leven, waarin ‘het baasje in eigen buik’ een stem krijgt. De slogan is een parodie op de slogan ‘baas in eigen buik!’ van de pro-abortusbeweging in de zeventiger jaren. Mensen vonden de campagne aanstootgevend en onsmakelijk. Zelfs in politiek Nederland deed de campagne stof opwaaien. PvdA-leidster Lilianne Ploumen schreef op Twitter: ‘It’s that time of the year again: conservatieve krachten willen het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen beknotten. De Week van het Leven is een week tegen vrouwenrechten. Daarom moeten we ons laten horen, een draadje. #baasineigenbuik #shedecides’.

Mijns inziens typeren dit soort reacties de tijd waarin we leven. Een tijd waarin we vrijuit spreken van ‘het vermoorden van de planeet’ als het om het klimaat gaat en de term ‘dierenmoord’ door vegetariërs op stickers door de binnenstad mag worden verspreid. Waarin de term ‘ecocide’ in het partijprogramma van een christelijke partij staat. Waarin campagnes worden opgezet om oerwouden en oceanen te redden. Een tijd waarin het drinken uit een plastic rietje haast een groter stigma draagt dan het beëindigen van een menselijk leven. Hoe kan het dat we bomen een stem willen geven, maar we het onsmakelijk en aanstootgevend vinden om ongeboren mensenlevens een stem te geven? Heeft Ploumen gelijk, dat wil zeggen, beknotten we zelfbeschikkingsrecht van vrouwen door hen bewust te maken van het recht van ongeboren levens? Ik denk dat de campagne van Week van het Leven een beroep doet op verantwoordelijkheidsgevoel, niet alleen dat van vrouwen met een ongewenste zwangerschap, maar ook op dat van ons als gemeenschap om hun last de onze te maken zodat we voor het leven van moeder én ongeboren kind staan. Is zelfbeschikkingsrecht daarnaast wel een legitieme term als dit recht duidelijk ten koste van een ander leven gaat? Zeker in deze tijd waarin de druk op ongevaccineerden om zich te laten vaccineren ‘voor de ander’ wordt opgevoerd en waarin bijvoorbeeld vrouwen met psychiatrische problemen verplichte anticonceptie kan worden opgelegd lijkt dit argument niet steekhoudend. Is een mensenleven binnen de ene context dan niet meer waard dan een andere? Oftewel, zijn niet ‘alle dieren gelijk, maar sommige meer gelijkwaardig dan anderen’?

Stel dat de Christen Unie niet ‘ecocide’ – wat zich laat vertalen met iets als ‘het vermoorden van de natuur’ – maar de term ‘foeticide’ in haar verkiezingsprogramma had opgenomen, zou Nederland hier dan niet massaal over gestruikeld zijn? Zorg voor de natuur is belangrijk, maar staat het verwaarlozen ervan of het schade toebrengen gelijk aan moord? Moord, een term die een halve eeuw geleden nog aan het beëindigen van mensenlevens voorbehouden was. Zonde, een term die ooit stond voor het overtreden van Gods instellingen die gevat worden in het liefhebben van God boven alles en onze naaste als onszelf, niet voor het gebruiken van een plastic rietje.

‘Wee hun die het kwade goed noemen en het goede kwaad; die duisternis voorstellen als licht, en licht als duisternis; die bitter voorstellen als zoet en zoet als bitter.’ Jesaja 5:20

Hier ben ik

De eerste keer dat het begrip ‘aanbidding’ wordt genoemd in de Bijbel is niet in relatie tot een dienst met lichteffecten, dans en zang, maar is wanneer Abraham naar de berg Moriah gaat om zijn zoon te offeren. God zei tegen Abraham: ‘Abraham!’ En hij zei: ‘hier ben ik’. Abraham legde het hout voor het offer op de rug van zijn zoon, de zoon van de belofte. Hij maakte een altaar klaar en wilde zijn geliefde zoon offeren. God toetste Abrahams gehoorzaamheid.

Toen de Here Jezus door Zijn Vader geroepen werd om naar de aarde te komen, de vorm van een dienstknecht aan te nemen en onder ons te leven, zei Hij: ‘Zie, Ik kom, in de boekrol is over Mij geschreven. Ik vind er vreugde in, Mijn God, om Uw welbehagen te doen; Uw wet draag Ik diep in Mijn binnenste.’ (Psalm 40) Zijn rug gaf Hij aan Zijn folteraars, maar ook aan Zijn Vader, die er het kruishout op bond om Hem tot een offer te maken. Een offer op Moriah, waarmee Hij een eeuwige verlossing voor ons teweeggebracht.

Toen er nog een tempel was in Jeruzalem, kwamen gelovigen niet met lege handen, maar kwamen er om iets te brengen. Wij hoeven geen slachtoffer, graanoffer, brandoffers en offers voor de zonde meer te brengen. Dat deed de Here Jezus voor eens en voor altijd. Ook de tempel is niet meer, Zijn lichaam, Zijn tempel, dat zijn wij.

Geregeld vraag ik mijzelf af in hoeverre mijn leven een offer is. In hoeverre ga ik naar de samenkomst om mijzelf te geven en tegen God zeggen: ‘hier ben ik, gekomen om Uw wil te doen.’

Hoe vaak kom ik uitsluitend tot Gods eer en tot opbouw van de gemeente? Niet om bemoedigd en onderwezen te worden, maar om de bidden voor de spreker die Gods Woord deelt, om uitsluitend te zingen tot Gods eer en medegelovigen te bemoedigen? Hoe vaak ben ik niet gekomen om te halen, terwijl Hij er naar zoekt aanbeden te worden in Geest en Waarheid? Hoe vaak ga ik naar ‘Gods tempel’ om te zijn voor broers en zussen, zoals Hij Zijn leven gaf voor mij? Om hen lief te hebben, zoals Hij ons lief heeft gehad – tot in de dood.

Vanochtend luisterde ik deze boodschap van K.P. Yohannan (Gospel for Asia) en werd er door getroffen. Misschien jij ook.

De toxiciteit van het welvaartsevangelie

Op CIP las ik een reactie van Sam Storms op de motivatie van zangeres Mackenzie Morgan om te stoppen met het zingen van ondermeer liederen van Bethel Music. Hij noemt een aantal punten en schrijft: ‘Ik ben verbijsterd over hoe en op welke basis Morgan hen beschuldigt van het prediken van een ‘vals evangelie’. Zij prediken redding door genade alleen, in Christus.’

Storms vertegenwoordigt de mening van veel christenen ten aanzien van het welvaartsevangelie. Zij geloven dat dit evangelie gewoon een beetje is doorgeschoten, een beetje teveel naar links of rechts in de leer, of gewoon een kwestie van persoonlijke smaak. Wat maakt dan dat anderen dit evangelie zo hardnekkig bestrijden?

Uiteraard kan ik alleen voor mijzelf spreken, en dat is dat het welvaartsevangelie er de schijn van heeft het Evangelie te zijn, terwijl het mensen weghoudt van echte redding door Jezus alleen. Op essentiële punten is er in het welvaartsevangelie toegevoegd en afgedaan van het origineel.

Zo leert de Bijbel dat Jezus stierf voor zondaren. Hij kwam om verloren mensen te redden. (1 Tim 1.15) Dit is wat de apostel Paulus geloofde en dit is de orthodoxe interpretatie van bijvoorbeeld Lukas 19.10. Als kerkleider Bill Johnson dit vers uitlegt, wijkt hij echter af van deze orthodoxe interpretatie als hij stelt: ‘We richten ons op het redden van zielen, waar ik sterk in geloof. Maar nu begrijpen we dat toen Jezus zei dat Hij kwam om te zoeken en te redden dat wat verloren was, Hij sprak over meer dan persoonlijke redding. Jezus sprak over dat wat verloren ging in de hof van Eden..’1 Hij legt uit: ‘Lukas 19:10 zegt dat Jezus kwam ‘om te zoeken en te redden dat wat verloren was.’ Niet alleen was de mensheid verloren aan zonde, ook verloor hij zijn heerschappij over planeet aarde. Jezus kwam om beiden te heroveren.’2 Aan redding van verloren zielen wordt zo herstel van de paradijselijke toestand toegevoegd – nu al, in het hier en nu.

Bethels leraren, maar ook zangleiders (zie de proclamatietekst van zangleider Jenn Johnson hierboven) stellen ziekte en armoede consequent gelijk aan zonde. Zij geloven dan ook dat de verzoening met God de Vader door Jezus’ kruisdood er niet alleen was voor de reiniging van zonden, maar ook de bevrijding van ziekte en armoede in dit leven. ‘Zonde, ziekte en armoede..  nooit zouden die drie gebieden ooit nog gezag over het leven van een gelovige mogen hebben,’3 aldus voorganger Bill Johnson. ‘Tweeduizend jaar geleden deed Jezus een aankoop.’.. ‘Hij besluit niet om mensen vandaag de dag niet te genezen. Het besluit tweeduizend jaar geleden wás om te genezen. De betaling was ófwel voldoende voor alle zonden, óf voor geen enkele zonde. De betaling was ofwel voor alle ziekte, of voor geen enkele ziekte. Genezing en vergeving werken samen in de Schrift. Er is daarnaast een derde element en dat is het woord ‘armoede.’ En uhm, het woord ‘kwaad’ in het evangelie van Mattheus, als er staat ‘verlos ons van het kwaad,’ komt van het woord ‘pijn.’ En het woord ‘pijn’ komt eigenlijk van het woord ‘arm.’ Dus de penseelstreek van Gods verlossing was om af te rekenen met de wortel van zonde, de wortel van ziekte en de wortel van armoede.’4

De schade van het geloof dat ziekte en armoede zondig zijn is enorm. Waar Jezus’ zaligsprekingen olie in de wonde van verdwaalde en verstoten schapen zijn, ontzegt welvaartsleer deze schapen de toegang tot het Koninkrijk. Want wanneer iemand gelooft in het verzoenende werk van de Here Jezus, maar toch ziek en arm blijf, is hij/zij dan wel echt gered? Zou deze christen niet harder zijn/haar gezondheid en welvaart moeten ‘geloven en belijden‘ (vs Romeinen 10,9) om behouden te worden? Juist door de twijfel aan het behoud voor de eeuwigheid die ontstaat wanneer lichamelijke gezondheid of welvaart uitblijven, bestaat het gevaar dat mensen zelf hard gaan werken voor dit behoud. Eindeloze stappenplannen, proclamatieteksten en bevrijdingssessies bieden ogenschijnlijk uitkomst en houden mensen weg van een enkele blik op het kruis en het geloof dat Hij het al heeft volbracht.

Is God dan geen Vader die het beste voorheeft met Zijn kinderen? Jawel. Hij kent ons, weet welk maaksel wij zijn. Jezus was vaak met ontferming bewogen vanwege de zieken. Hij leefde onder ons en deelde in het menselijk lijden. Hij genas zieken en beantwoordt ook nu nog gebeden. Maar Zijn verzoenend offer was niet om de aarde te verlossen van armoede en ziekte.

Over Bethels geloofsbelijdenis heb ik hier niet gesproken, maar wanneer Bethels evangelie niet ‘diep evangelisch-orthodox’ is en ‘in lijn met de historische geloofsbelijdenissen binnen het christendom’, is bijgevolg ook al het andere dit niet.

Waarom Jezus God is

Afgelopen paar jaar kwam ik meermaals Nederlandse christenen tegen die niet geloofden in de Goddelijkheid van de Here Jezus. Het waren mensen die ik respecteerde, predikers zelfs, waardoor ik erg aan het twijfelen werd gebracht. Het was een zoektocht die mij uiteindelijk dichter bij God bracht.

De leer dat de Here Jezus geen God zou zijn, kent verschillende vormen, zoals dat Jezus nooit God was, is en zal zijn, dat Jezus ooit God was, maar Zijn goddelijkheid aflegde toen Hij naar de aarde kwam en dat Jezus mens was en goddelijkheid verwierf zoals elk mens dat zogenaamd zou kunnen verwerven. Verschillende varianten op deze vormen doen de ronde.

In velerlei opzicht is het van fundamenteel belang te weten dat Jezus God is. God de Vader stelde Hem namelijk niet uitsluitend aan als middel tot verzoening, als Offerlam en Hogepriester, maar werd in Jezus onze Heiland. Alleen Hij is in staat te redden. God zegt: ‘Buiten Mij is er geen andere God, een rechtvaardig God, een Heiland; er is niemand behalve Ik. Wend u tot Mij, word behouden, alle einden der aarde, want Ik ben God en niemand anders.’ (Jes 45:21,22) Hoewel hij Israel tot verlossing leidde, heeft Mozes zichzelf nooit heiland of zaligmaker genoemd. De engel die Jezus’ geboorte aankondigde zei dit wel van Jezus. Hij zei: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, bij u te nemen, want wat in haar ontvangen is, is uit de Heilige Geest; en zij zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus [letterlijk ‘Yeshua’ of ‘heil’] geven, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.’ (Matt 1:20,21) En zoals Petrus tegenover de Joodse leiders getuigde: ‘Wanneer wij vandaag ondervraagd worden over de weldaad aan een zieke man bewezen, waardoor hij gezond geworden is, laat het dan bij u allen en bij heel het volk Israël bekend zijn dat door de Naam van Jezus Christus, de Nazarener, Die u gekruisigd hebt maar Die God uit de doden opgewekt heeft, dat door Hem deze man hier gezond voor u staat. Deze Jezus is de steen die door u, de bouwers, veracht werd, maar Die de hoeksteen geworden. En de zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden.’(Hand 4:9-12)

Laten we beginnen met een aantal dingen die we al weten van God. Vanuit het Oude Testament weten we al dat God eeuwig is. Mozes bidt in Psalm 90: ‘Al vóór de bergen geboren waren en U de aarde en de wereld voortgebracht had, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid bent U God’. Ook weten we dat God een Lievelingskind had dat in die eeuwigheid, van vóór de schepping, van vóór het stof der aarde (anders dan mensen, die uit het stof der aarde zijn) bij Hem was. ‘De HEERE bezat Mij aan het begin van Zijn weg, al vóór Zijn werken, van oudsher. Van eeuwigheid af ben Ik gezalfd geweest, vanaf het begin, vanaf de tijden voordat de aarde er was. .. Toen Hij de hemel gereedmaakte, was Ik daar..  toen Hij de fundamenten van de aarde verordende, was Ik bij Hem, Zijn Lievelingskind..’ (Spreuken 8) In het Nieuwe Testament lezen we in Johannes 1:1 ‘In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.’ En in Joh 17:5 zegt Jezus: ‘En nu verheerlijk Mij, U Vader, bij Uzelf, met de heerlijkheid die Ik bij U bezat voordat de wereld er was.’ Net als God de Vader is ook God de Zoon eeuwig.

We weten dat God de schepper van hemel en aarde is. Hij is het die de wateren met de holte van zijn hand heeft opgemeten, van de hemel met een span de maat heeft genomen, het stof van de aarde met een maatbeker heeft gevat en de bergen heeft gewogen in een waag en de heuvels op een weegschaal. (Jesaja 40) En we weten dat Dezelfde Schepper van hemel en aarde een Zoon heeft. ‘Wie heeft de wind in Zijn handen verzameld? Wie heeft de wateren in een kleed gebonden? Wie heeft alle einden der aarde vastgesteld? Hoe is Zijn Naam en hoe is de Naam van Zijn Zoon, u weet het immers? (Spreuken 30)

We weten dat alleen God kan genezen, alleen God het oog en oor maakt. (Psalm 94:9) ‘Een oor dat hoort en een oog dat ziet, ook die beide heeft de HEERE gemaakt.’ (Spr 20:12) ‘Wie heeft de mens een mond gegeven? Of wie maakt iemand stom, doof, ziende of blind? Ben Ik het niet, de HEERE?’ (Ex 4:11) Zoals God de Vader doet, doet ook God de Zoon. ‘En een van hen trof de dienaar van de hogepriester en sloeg hem zijn rechteroor af. Maar Jezus antwoordde en zei: Laat hen tot hiertoe begaan. En Hij raakte zijn oor aan en genas hem.’ (Luk 22:50,51) ‘Nadat Hij [Jezus] dit gezegd had, spuwde Hij op de grond, maakte slijk met het speeksel en streek het slijk op de ogen van de blinde, en Hij zei tegen hem: Ga heen, was u in het badwater Siloam (wat vertaald wordt met: Uitgezonden). Hij dan ging weg en waste zich en kwam ziende terug.’ (Joh 9:6,7) Jezus was niet alleen volledig God toen Hij nog bij God de Vader was, maar bleef ook Zijn goddelijke eigenschappen behouden in Zijn menselijkheid. ‘Jezus dan antwoordde en zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: De Zoon kan niets van Zichzelf doen, als Hij dat niet de Vader ziet doen, want al wat Deze doet, dat doet ook de Zoon op dezelfde wijze.’ (Joh 5:19) Sommige predikers houden het bij ‘de Zoon kan niets van Zichzelf doen’, maar dat is niet wat er staat. Alles wat de Vader doet, kan ook de Zoon doen; dit zegt iets over wie de Here Jezus is.  

God zegt over Zichzelf dat Hij werd doorstoken. ‘De HEERE spreekt, Die de hemel uitspant, de aarde grondvest en de geest van de mens in zijn binnenste vormt. [..] Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben.’ (Zach 12) Johannes zegt dat dit Schriftwoord werd vervuld met de kruisiging van de Here Jezus. (Joh 19:37) God die de hemel uitspant en de aarde grondvest en werd doorstoken, is Dezelfde die aan het kruishout voor onze zonden stierf.

God is Koning over Zijn volk. God wilde graag koning over het Joodse volk zijn, maar het volk wilde een menselijke koning, net als de volken om hen heen. Het volk zei tegen de profeet Samuel:  ‘Zie, u bent oud geworden en uw zonen gaan niet in uw wegen. Stel daarom een koning over ons aan om ons leiding te geven, zoals alle volken.’ (1 Sam. 8:5) ‘..terwijl toch de HEERE, uw God, uw Koning is.’ (1 Sam 12:12) Het volk kreeg wat het verlangde, een menselijke koning. Maar God beloofde ook een Koning uit het Nageslacht van David, Iemand aan Wiens heerschappij geen einde zal komen die tegelijk ook ‘sterke God’ en ‘Eeuwige Vader’ wordt genoemd. (Jes 9) We weten dat er maar Eén God is en maar Eén eeuwig. ‘Pilatus dan ging het gerechtsgebouw weer in, riep Jezus en zei tegen Hem: Bent U de Koning van de Joden? Jezus antwoordde hem: Zegt u dit uit uzelf of hebben anderen het u over Mij gezegd? Pilatus antwoordde: Ben ik soms een Jood? Uw eigen volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd; wat hebt U gedaan? Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Als Mijn Koninkrijk van deze wereld was, zouden Mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden overgeleverd zou worden, maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier. Pilatus dan zei tegen Hem: U bent dus toch een koning? Jezus antwoordde: U zegt dat Ik een Koning ben. Hiervoor ben Ik geboren en hiervoor ben Ik in de wereld gekomen: om voor de waarheid te getuigen. Iedereen die uit de waarheid is, geeft aan Mijn stem gehoor.’(Joh 18:33-37)

En het was de voorbereiding van het Pascha, ongeveer het zesde uur; en hij zei tegen de Joden: Zie, uw Koning! Maar zij schreeuwden: Weg met Hem, weg met Hem, kruisig Hem! Pilatus zei tegen hen: Moet ik uw Koning kruisigen? De overpriesters antwoordden: Wij hebben geen koning dan de keizer. Toen leverde hij Hem dan aan hen over om gekruisigd te worden. En zij namen Jezus mee en leidden Hem weg. En terwijl Hij Zijn kruis droeg, ging Hij de stad uit naar de plaats die Schedelplaats genoemd wordt en in het Hebreeuws Golgotha. Daar kruisigden zij Hem en met Hem twee anderen, aan elke kant één, en Jezus in het midden. En Pilatus schreef ook een opschrift en zette dat op het kruis; en er was geschreven: JEZUS DE NAZARENER, DE KONING VAN DE JODEN. Dit opschrift dan lazen velen van de Joden, want de plaats waar Jezus gekruisigd werd, was dicht bij de stad; en het was geschreven in het Hebreeuws, in het Grieks en in het Latijn. De overpriesters van de Joden dan zeiden tegen Pilatus: Schrijf niet: De Koning van de Joden, maar dat Hij gezegd heeft: Ik ben de Koning van de Joden. Pilatus antwoordde: Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven.’ (Joh 19:14-22)

God is Herder van het volk. Bij monde van de profeet Ezechiël zegt God: ‘Mijn schapen dwalen rond op alle bergen en op elke hoge heuvel. Over heel het aardoppervlak zijn Mijn schapen verspreid. Er is niemand die naar ze vraagt, en niemand die ze zoekt.’ (Ez 34:6) ‘Want zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal Zelf naar Mijn schapen vragen en naar ze op zoek gaan.’(Ez 34:11) ‘In goede weide zal Ik ze weiden en op de hoge bergen van Israël zal hun weideplaats zijn.’ (Ez 34:14)

Jezus zei: ‘Ik ben de goede Herder en Ik ken de Mijnen en word door de Mijnen gekend, zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken; en Ik geef Mijn leven voor de schapen. Ik heb nog andere schapen, die niet van deze schaapskooi zijn; ook die moet Ik binnenbrengen, en zij zullen Mijn stem horen en het zal worden één kudde en één Herder.’ (Joh 10.14-16) ‘En toen Jezus uit het schip ging, zag Hij een grote menigte en was innerlijk met ontferming bewogen over hen, want zij waren als schapen die geen herder hebben; [..] En Hij droeg hun op om allen in groepen te laten gaan zitten in het groene gras.’ (Markus 6:34,39)

God is de Eerste en Laatste, de Alpha en de Omega. ‘Zo zegt de Heere, de Koning van Israël, zijn Verlosser, de Heere van de legermachten: Ik ben de Eerste en Ik ben de Laatste, en buiten Mij is er geen God.’ (Jes 44.6) Johannes ziet op Patmos in een openbaring iemand als de Mensenzoon die tegen hem zegt: ‘Wees niet bevreesd, Ik ben de Eerste en de Laatste en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid. Amen.’ (Openb 1:17,18) God, ‘de Almachtige’ en ‘Heere’ zegt: ‘Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige.’ (Openb 1:8) En ook Jezus zegt: ‘Ik, Jezus’ (Openb 22:16) ‘Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste.’ (Openb 22:12)

Dat God van Zichzelf zegt: ‘Ik Ben’ en dit is Mijn Naam. ‘Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft. U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.’ (Ex 20:2,3) ‘God zei tegen Mozes: IK BEN DIE IK BEN. Ook zei Hij: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: IK BEN heeft mij naar u toe gezonden. Toen zei God verder tegen Mozes: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: De HEERE, de God van uw vaderen, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob, heeft mij naar u toe gezonden. Dit is voor eeuwig Mijn Naam, dit is Mijn Naam ter gedachtenis, van generatie op generatie.’ (Ex 3.14,15) ‘Ik ben de HEERE – dat is Mijn Naam; Mijn eer zal Ik aan geen ander geven..’ (Jes 42.8a)  ‘..hoe zou Mijn Naam ontheiligd worden! Ik zal Mijn eer aan geen ander geven.’ (Jes 48.11b)

De Enige op aarde die legitiem Gods Naam gebruikte toen Hij zei: ‘Ik Ben,’ was de Here Jezus. Tegen het Joodse volk zei Jezus: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Vóór Abraham geboren was, ben Ik. Zij [het Joodse volk] namen dan stenen op om ze op Hem te werpen.’  .. Niet alleen suggereerde de Here Jezus een Goddelijke oorsprong te hebben, ook gebruikte Hij de Naam die exclusief God toebehoort. Als Jezus inderdaad slechts mens was geweest, hadden de leiders van het volk destijds inderdaad alle recht gehad Hem te stenigen op grond van het overtreden van het derde gebod. Omdat Hij echter zonder zonde (Heb 4:15) was, weten we dat Jezus claim legitiem was. Naast deze stelling zei Jezus ook van Zichzelf: ‘Ik ben het Brood des Levens. (Joh 6.35) Ik ben het Licht. (Joh 8.12) Ik ben de Deur. (Joh 10.7) Ik ben de Goede Herder. (Joh 10.11) Ik ben de Opstanding. (Joh 11.25) Ik ben de Weg (Joh 14.6) Ik ben de Wijnstok. (Joh 15.5)

Er zijn ook mensen die geloven dat Jezus wel God was, maar Zijn goddelijkheid aflegde bij Zijn komst naar de wereld. Dit baseren zij op Filippenzen 2:6-8. ‘Die, terwijl Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn, maar Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een slaaf aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden. En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood.’ Maar dat Jezus Zichzelf ontledigde van Zijn goddelijkheid of goddelijke eigenschappen is in de Bijbel niet te vinden. Uit Joh 17:5 blijkt dat het om de heerlijkheid gaat die God de Zoon had toen Hij God de Vader was, waar Hij afstand van deed. Het is dezelfde heerlijkheid die God God maakt en die Hij met geen ander deelt. God zegt: ‘Ik ben de HEERE – dat is Mijn Naam; Mijn eer zal Ik aan geen ander geven, evenmin Mijn lof aan de afgodsbeelden.’ (Jesaja 42:8) Het is dan ook geen afgoderij (zoals ik christenen heb horen zeggen) als wij mensen Jezus eer geven, bijvoorbeeld in aanbiddingsmuziek. Hem aanbidden kan alleen als Jezus daadwerkelijk God is. Dit is de reden dat mensen voor Jezus knielden zonder dat Hij hen vermaande, terwijl Cornelius door Petrus berispt werd toen die in aanbidding aan zijn voeten neerviel, en zei: ‘Sta op, ik ben slechts een mens.’ Dus hoewel Jezus Zijn heerlijkheid (tijdelijk) aflegde, bleef Hij ook op aarde God. Er staat dan ook geschreven: ‘Want in Hem woont heel de volheid van de Godheid lichamelijk.’ (Kol. 2:9) In plaats van de verering van de Here Jezus afgoderij te noemen, stelt God in Zijn Woord zelfs: ‘Wie de Zoon niet eert, eert de Vader niet, Die Hem gezonden heeft.’ (Joh 5:23)

Dat de Here Jezus daadwerkelijk de Eniggeboren Zoon van God en dus ook God is, kan alleen Zijn Geest ons openbaren. Ik hoop dat deze uiteenzetting je enige houvast geeft en aanzet tot het onderzoeken van de Schriften. God beloont het zoeken van wie Hem beter wil leren kennen.

‘U zult Mij zoeken en vinden, wanneer u naar Mij zult vragen met heel uw hart.’  – (Jeremia 29:13)

Petersons Christus

Afgelopen week kopte een artikel op CIP: ‘Mooi: Psycholoog en bestsellerauteur Jordan Peterson in tranen over geloof in Jezus.’ Eerder had het filmpje al een keer gezien, maar het lukte mij niet om dezelfde conclusie te trekken op basis van wat ik Peterson hoorde zeggen. Gelooft Peterson echt in Jezus als Redder van zijn ziel? Of kwam Peterson misschien tot een vorm van bewustzijn van de christus zoals in New Age en Jungeriaanse psychologie?

Carl Jung (1875-1961) was een Zwitsers psychiater, maar ook esotericus, prominent New Ager of zelfs ‘vader van de New Age beweging’.1 Hoewel de invloed van Jungs denkbeelden (zeker ook op mainstream christendom)2 enorm is, is minder bekend hoe zeer zijn denken verwant is aan New Age religiositeit. En omdat een van de meest fundamentele doctrines in New Age is dat mens in wezen God is, hoeft het niet te verbazen dat dit is wat ook Jung onderwees.

Uit verschillende brieven die door Richard Noll in het boek The Aryan Christ verzameld werden, blijkt dat Jung zich ten doel stelde een religie te vormen die een goed alternatief bood voor het joods christelijk denken; psychoanalyse. ‘Psychoanalyse moest het bewustzijn van de mensheid naar een hoger niveau brengen door een religieuze zienswijze’3 schrijft Noll.  ‘Toen Jung fantasieën begon te hebben over het leiden van een beweging die de mensheid spiritueel nieuw leven in zou blazen, eerst door psychoanalyse en daarna met zijn eigen beweging, bleek de levende tegenwoordigheid van Christus in zijn voorouderlijke ziel een onweerstaanbaar model te bieden.’ 4 Door de menselijke ziel ‘Christus’ te noemen, hielden Jungs theorieën een schijn van christelijkheid, terwijl hij God Zoon hiermee wist te reduceren tot een archetype.

Het begrip Christus of Messias is in essentie een Bijbels concept wat niet kan worden gescheiden van Bijbelse beloften en profetieën en dat uitsluitend werd verwezenlijkt in de Persoon van de Here Jezus. Maar Jung wist het begrip Christus te ontdoen van een Bijbelse context. Zijn begrip van het woord Christus was als volgt: ‘Het ‘zelf’ of ‘christus’ is in iedereen a priori aanwezig, maar als regel in een staat van onbewustzijn om mee te beginnen,’5 aldus Jung. ‘Het Christus-symbool is van het grootste belang voor de psychologie in zoverre dat het misschien wel het meest ontwikkelde en gedifferentieerde symbool van het Zelf is, naast het figuur van de Boeddha.’ Jung maakte christus tot een model voor de menselijke psyche, een blauwdruk voor hoe elk mens ‘net als Jezus’ zijn of haar inherente goddelijkheid kan manifesteren.

Hanegraaff concludeert in zijn boek New Age religion and Western culture: ‘Carl Gustav Jung blijkt een directe link tussen de esoterische tradities in de Duitse Romantische Natuurfilosofie en de hedendaagse New Age beweging te zijn. Zijn bijdrage bestond in zijn vermogen om een esoterisch wereldbeeld in psychologische termen te presenteren, waarbij hij een “wetenschappelijk” alternatief bood voor occultisme. Belangrijker nog, niet alleen psychologiseerde hij esoterie, maar heiligde psychologie ook, door het te vullen met de inhoud van esoterische speculatie. Het resultaat was een geheel van theorieën dat mensen in staat stelde over God te praten terwijl ze eigenlijk hun eigen psyche bedoelden, en over hun eigen psyche terwijl ze eigenlijk het goddelijke bedoelden. Als de psyche ‘de geest’ is en God is ook ‘de geest’, dan moet men om het één te bespreken eigenlijk het ander bespreken. Of de oude gnostici er deze gedachten op na hielden valt te betwijfelen; maar dat de New Age beweging dit doet is zeker.’6

Het gevolg hiervan is het ontstaan van een pseudochristus die mensen tot een vorm van verlichting zou brengen maar niet tot verlossing. Het is het christusprincipe dat in elk mens zou bestaan en dat de mens – naarmate men een hogere graad van christusbewustzijn bereikt – tot God zou maken. Deze christus verzoent mensen niet met God de Vader, maar leidt hen tot een godsbewustzijn. Jung schreef: ‘Christus riep uit naar de joden, ‘jullie zijn goden’ (Johannes 10:34); maar mensen waren niet in staat te begrijpen wat hij bedoelde.’7

Bovenstaande schets is een versimpelde weergave van Jungs Christus. Maar het geeft een indruk van hoe lastig deze verwarring van christelijke terminologie met die van New Age kan zijn. Wie met een New Age gelovige praat kan dan zomaar denken dat het over hetzelfde gaat, terwijl de verschillen cruciaal kunnen zijn. Want geen zoektocht naar de tegenwoordigheid van ‘christus in ons zelf’ brengt ons tot God; dat kan alleen de Persoon van de Here Jezus Zelf.

Plaatje: voor New Age gelovigen is Christus symbool voor de verlichte mens, de mens met een godsbewustzijn en de manifestatie van dit bewustzijn.

Lees ook ‘ware zelf of valse christus’ en ‘het ware zelf in nieuwe Bijbels’