Waarom Jezus God is

Afgelopen paar jaar kwam ik meermaals Nederlandse christenen tegen die niet geloofden in de Goddelijkheid van de Here Jezus. Het waren mensen die ik respecteerde, predikers zelfs, waardoor ik erg aan het twijfelen werd gebracht. Het was een zoektocht die mij uiteindelijk dichter bij God bracht.

De leer dat de Here Jezus geen God zou zijn, kent verschillende vormen, zoals dat Jezus nooit God was, is en zal zijn, dat Jezus ooit God was, maar Zijn goddelijkheid aflegde toen Hij naar de aarde kwam en dat Jezus mens was en goddelijkheid verwierf zoals elk mens dat zogenaamd zou kunnen verwerven. Verschillende varianten op deze vormen doen de ronde.

In velerlei opzicht is het van fundamenteel belang te weten dat Jezus God is. God de Vader stelde Hem namelijk niet uitsluitend aan als middel tot verzoening, als Offerlam en Hogepriester, maar werd in Jezus onze Heiland. Alleen Hij is in staat te redden. God zegt: ‘Buiten Mij is er geen andere God, een rechtvaardig God, een Heiland; er is niemand behalve Ik. Wend u tot Mij, word behouden, alle einden der aarde, want Ik ben God en niemand anders.’ (Jes 45:21,22) Hoewel hij Israel tot verlossing leidde, heeft Mozes zichzelf nooit heiland of zaligmaker genoemd. De engel die Jezus’ geboorte aankondigde zei dit wel van Jezus. Hij zei: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, bij u te nemen, want wat in haar ontvangen is, is uit de Heilige Geest; en zij zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus [letterlijk ‘Yeshua’ of ‘heil’] geven, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.’ (Matt 1:20,21) En zoals Petrus tegenover de Joodse leiders getuigde: ‘Wanneer wij vandaag ondervraagd worden over de weldaad aan een zieke man bewezen, waardoor hij gezond geworden is, laat het dan bij u allen en bij heel het volk Israël bekend zijn dat door de Naam van Jezus Christus, de Nazarener, Die u gekruisigd hebt maar Die God uit de doden opgewekt heeft, dat door Hem deze man hier gezond voor u staat. Deze Jezus is de steen die door u, de bouwers, veracht werd, maar Die de hoeksteen geworden. En de zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden.’(Hand 4:9-12)

Laten we beginnen met een aantal dingen die we al weten van God. Vanuit het Oude Testament weten we al dat God eeuwig is. Mozes bidt in Psalm 90: ‘Al vóór de bergen geboren waren en U de aarde en de wereld voortgebracht had, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid bent U God’. Ook weten we dat God een Lievelingskind had dat in die eeuwigheid, van vóór de schepping, van vóór het stof der aarde (anders dan mensen, die uit het stof der aarde zijn) bij Hem was. ‘De HEERE bezat Mij aan het begin van Zijn weg, al vóór Zijn werken, van oudsher. Van eeuwigheid af ben Ik gezalfd geweest, vanaf het begin, vanaf de tijden voordat de aarde er was. .. Toen Hij de hemel gereedmaakte, was Ik daar..  toen Hij de fundamenten van de aarde verordende, was Ik bij Hem, Zijn Lievelingskind..’ (Spreuken 8) In het Nieuwe Testament lezen we in Johannes 1:1 ‘In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.’ En in Joh 17:5 zegt Jezus: ‘En nu verheerlijk Mij, U Vader, bij Uzelf, met de heerlijkheid die Ik bij U bezat voordat de wereld er was.’ Net als God de Vader is ook God de Zoon eeuwig.

We weten dat God de schepper van hemel en aarde is. Hij is het die de wateren met de holte van zijn hand heeft opgemeten, van de hemel met een span de maat heeft genomen, het stof van de aarde met een maatbeker heeft gevat en de bergen heeft gewogen in een waag en de heuvels op een weegschaal. (Jesaja 40) En we weten dat Dezelfde Schepper van hemel en aarde een Zoon heeft. ‘Wie heeft de wind in Zijn handen verzameld? Wie heeft de wateren in een kleed gebonden? Wie heeft alle einden der aarde vastgesteld? Hoe is Zijn Naam en hoe is de Naam van Zijn Zoon, u weet het immers? (Spreuken 30)

We weten dat alleen God kan genezen, alleen God het oog en oor maakt. (Psalm 94:9) ‘Een oor dat hoort en een oog dat ziet, ook die beide heeft de HEERE gemaakt.’ (Spr 20:12) ‘Wie heeft de mens een mond gegeven? Of wie maakt iemand stom, doof, ziende of blind? Ben Ik het niet, de HEERE?’ (Ex 4:11) Zoals God de Vader doet, doet ook God de Zoon. ‘En een van hen trof de dienaar van de hogepriester en sloeg hem zijn rechteroor af. Maar Jezus antwoordde en zei: Laat hen tot hiertoe begaan. En Hij raakte zijn oor aan en genas hem.’ (Luk 22:50,51) ‘Nadat Hij [Jezus] dit gezegd had, spuwde Hij op de grond, maakte slijk met het speeksel en streek het slijk op de ogen van de blinde, en Hij zei tegen hem: Ga heen, was u in het badwater Siloam (wat vertaald wordt met: Uitgezonden). Hij dan ging weg en waste zich en kwam ziende terug.’ (Joh 9:6,7) Jezus was niet alleen volledig God toen Hij nog bij God de Vader was, maar bleef ook Zijn goddelijke eigenschappen behouden in Zijn menselijkheid. ‘Jezus dan antwoordde en zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: De Zoon kan niets van Zichzelf doen, als Hij dat niet de Vader ziet doen, want al wat Deze doet, dat doet ook de Zoon op dezelfde wijze.’ (Joh 5:19) Sommige predikers houden het bij ‘de Zoon kan niets van Zichzelf doen’, maar dat is niet wat er staat. Alles wat de Vader doet, kan ook de Zoon doen; dit zegt iets over wie de Here Jezus is.  

God zegt over Zichzelf dat Hij werd doorstoken. ‘De HEERE spreekt, Die de hemel uitspant, de aarde grondvest en de geest van de mens in zijn binnenste vormt. [..] Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben.’ (Zach 12) Johannes zegt dat dit Schriftwoord werd vervuld met de kruisiging van de Here Jezus. (Joh 19:37) God die de hemel uitspant en de aarde grondvest en werd doorstoken, is Dezelfde die aan het kruishout voor onze zonden stierf.

God is Koning over Zijn volk. God wilde graag koning over het Joodse volk zijn, maar het volk wilde een menselijke koning, net als de volken om hen heen. Het volk zei tegen de profeet Samuel:  ‘Zie, u bent oud geworden en uw zonen gaan niet in uw wegen. Stel daarom een koning over ons aan om ons leiding te geven, zoals alle volken.’ (1 Sam. 8:5) ‘..terwijl toch de HEERE, uw God, uw Koning is.’ (1 Sam 12:12) Het volk kreeg wat het verlangde, een menselijke koning. Maar God beloofde ook een Koning uit het Nageslacht van David, Iemand aan Wiens heerschappij geen einde zal komen die tegelijk ook ‘sterke God’ en ‘Eeuwige Vader’ wordt genoemd. (Jes 9) We weten dat er maar Eén God is en maar Eén eeuwig. ‘Pilatus dan ging het gerechtsgebouw weer in, riep Jezus en zei tegen Hem: Bent U de Koning van de Joden? Jezus antwoordde hem: Zegt u dit uit uzelf of hebben anderen het u over Mij gezegd? Pilatus antwoordde: Ben ik soms een Jood? Uw eigen volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd; wat hebt U gedaan? Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Als Mijn Koninkrijk van deze wereld was, zouden Mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden overgeleverd zou worden, maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier. Pilatus dan zei tegen Hem: U bent dus toch een koning? Jezus antwoordde: U zegt dat Ik een Koning ben. Hiervoor ben Ik geboren en hiervoor ben Ik in de wereld gekomen: om voor de waarheid te getuigen. Iedereen die uit de waarheid is, geeft aan Mijn stem gehoor.’(Joh 18:33-37)

En het was de voorbereiding van het Pascha, ongeveer het zesde uur; en hij zei tegen de Joden: Zie, uw Koning! Maar zij schreeuwden: Weg met Hem, weg met Hem, kruisig Hem! Pilatus zei tegen hen: Moet ik uw Koning kruisigen? De overpriesters antwoordden: Wij hebben geen koning dan de keizer. Toen leverde hij Hem dan aan hen over om gekruisigd te worden. En zij namen Jezus mee en leidden Hem weg. En terwijl Hij Zijn kruis droeg, ging Hij de stad uit naar de plaats die Schedelplaats genoemd wordt en in het Hebreeuws Golgotha. Daar kruisigden zij Hem en met Hem twee anderen, aan elke kant één, en Jezus in het midden. En Pilatus schreef ook een opschrift en zette dat op het kruis; en er was geschreven: JEZUS DE NAZARENER, DE KONING VAN DE JODEN. Dit opschrift dan lazen velen van de Joden, want de plaats waar Jezus gekruisigd werd, was dicht bij de stad; en het was geschreven in het Hebreeuws, in het Grieks en in het Latijn. De overpriesters van de Joden dan zeiden tegen Pilatus: Schrijf niet: De Koning van de Joden, maar dat Hij gezegd heeft: Ik ben de Koning van de Joden. Pilatus antwoordde: Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven.’ (Joh 19:14-22)

God is Herder van het volk. Bij monde van de profeet Ezechiël zegt God: ‘Mijn schapen dwalen rond op alle bergen en op elke hoge heuvel. Over heel het aardoppervlak zijn Mijn schapen verspreid. Er is niemand die naar ze vraagt, en niemand die ze zoekt.’ (Ez 34:6) ‘Want zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal Zelf naar Mijn schapen vragen en naar ze op zoek gaan.’(Ez 34:11) ‘In goede weide zal Ik ze weiden en op de hoge bergen van Israël zal hun weideplaats zijn.’ (Ez 34:14)

Jezus zei: ‘Ik ben de goede Herder en Ik ken de Mijnen en word door de Mijnen gekend, zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken; en Ik geef Mijn leven voor de schapen. Ik heb nog andere schapen, die niet van deze schaapskooi zijn; ook die moet Ik binnenbrengen, en zij zullen Mijn stem horen en het zal worden één kudde en één Herder.’ (Joh 10.14-16) ‘En toen Jezus uit het schip ging, zag Hij een grote menigte en was innerlijk met ontferming bewogen over hen, want zij waren als schapen die geen herder hebben; [..] En Hij droeg hun op om allen in groepen te laten gaan zitten in het groene gras.’ (Markus 6:34,39)

God is de Eerste en Laatste, de Alpha en de Omega. ‘Zo zegt de Heere, de Koning van Israël, zijn Verlosser, de Heere van de legermachten: Ik ben de Eerste en Ik ben de Laatste, en buiten Mij is er geen God.’ (Jes 44.6) Johannes ziet op Patmos in een openbaring iemand als de Mensenzoon die tegen hem zegt: ‘Wees niet bevreesd, Ik ben de Eerste en de Laatste en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid. Amen.’ (Openb 1:17,18) God, ‘de Almachtige’ en ‘Heere’ zegt: ‘Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige.’ (Openb 1:8) En ook Jezus zegt: ‘Ik, Jezus’ (Openb 22:16) ‘Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste.’ (Openb 22:12)

Dat God van Zichzelf zegt: ‘Ik Ben’ en dit is Mijn Naam. ‘Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft. U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.’ (Ex 20:2,3) ‘God zei tegen Mozes: IK BEN DIE IK BEN. Ook zei Hij: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: IK BEN heeft mij naar u toe gezonden. Toen zei God verder tegen Mozes: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: De HEERE, de God van uw vaderen, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob, heeft mij naar u toe gezonden. Dit is voor eeuwig Mijn Naam, dit is Mijn Naam ter gedachtenis, van generatie op generatie.’ (Ex 3.14,15) ‘Ik ben de HEERE – dat is Mijn Naam; Mijn eer zal Ik aan geen ander geven..’ (Jes 42.8a)  ‘..hoe zou Mijn Naam ontheiligd worden! Ik zal Mijn eer aan geen ander geven.’ (Jes 48.11b)

De Enige op aarde die legitiem Gods Naam gebruikte toen Hij zei: ‘Ik Ben,’ was de Here Jezus. Tegen het Joodse volk zei Jezus: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Vóór Abraham geboren was, ben Ik. Zij [het Joodse volk] namen dan stenen op om ze op Hem te werpen.’  .. Niet alleen suggereerde de Here Jezus een Goddelijke oorsprong te hebben, ook gebruikte Hij de Naam die exclusief God toebehoort. Als Jezus inderdaad slechts mens was geweest, hadden de leiders van het volk destijds inderdaad alle recht gehad Hem te stenigen op grond van het overtreden van het derde gebod. Omdat Hij echter zonder zonde (Heb 4:15) was, weten we dat Jezus claim legitiem was. Naast deze stelling zei Jezus ook van Zichzelf: ‘Ik ben het Brood des Levens. (Joh 6.35) Ik ben het Licht. (Joh 8.12) Ik ben de Deur. (Joh 10.7) Ik ben de Goede Herder. (Joh 10.11) Ik ben de Opstanding. (Joh 11.25) Ik ben de Weg (Joh 14.6) Ik ben de Wijnstok. (Joh 15.5)

Er zijn ook mensen die geloven dat Jezus wel God was, maar Zijn goddelijkheid aflegde bij Zijn komst naar de wereld. Dit baseren zij op Filippenzen 2:6-8. ‘Die, terwijl Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn, maar Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een slaaf aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden. En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood.’ Maar dat Jezus Zichzelf ontledigde van Zijn goddelijkheid of goddelijke eigenschappen is in de Bijbel niet te vinden. Uit Joh 17:5 blijkt dat het om de heerlijkheid gaat die God de Zoon had toen Hij God de Vader was, waar Hij afstand van deed. Het is dezelfde heerlijkheid die God God maakt en die Hij met geen ander deelt. God zegt: ‘Ik ben de HEERE – dat is Mijn Naam; Mijn eer zal Ik aan geen ander geven, evenmin Mijn lof aan de afgodsbeelden.’ (Jesaja 42:8) Het is dan ook geen afgoderij (zoals ik christenen heb horen zeggen) als wij mensen Jezus eer geven, bijvoorbeeld in aanbiddingsmuziek. Hem aanbidden kan alleen als Jezus daadwerkelijk God is. Dit is de reden dat mensen voor Jezus knielden zonder dat Hij hen vermaande, terwijl Cornelius door Petrus berispt werd toen die in aanbidding aan zijn voeten neerviel, en zei: ‘Sta op, ik ben slechts een mens.’ Dus hoewel Jezus Zijn heerlijkheid (tijdelijk) aflegde, bleef Hij ook op aarde God. Er staat dan ook geschreven: ‘Want in Hem woont heel de volheid van de Godheid lichamelijk.’ (Kol. 2:9) In plaats van de verering van de Here Jezus afgoderij te noemen, stelt God in Zijn Woord zelfs: ‘Wie de Zoon niet eert, eert de Vader niet, Die Hem gezonden heeft.’ (Joh 5:23)

Dat de Here Jezus daadwerkelijk de Eniggeboren Zoon van God en dus ook God is, kan alleen Zijn Geest ons openbaren. Ik hoop dat deze uiteenzetting je enige houvast geeft en aanzet tot het onderzoeken van de Schriften. God beloont het zoeken van wie Hem beter wil leren kennen.

‘U zult Mij zoeken en vinden, wanneer u naar Mij zult vragen met heel uw hart.’  – (Jeremia 29:13)

Petersons Christus

Afgelopen week kopte een artikel op CIP: ‘Mooi: Psycholoog en bestsellerauteur Jordan Peterson in tranen over geloof in Jezus.’ Eerder had het filmpje al een keer gezien, maar het lukte mij niet om dezelfde conclusie te trekken op basis van wat ik Peterson hoorde zeggen. Gelooft Peterson echt in Jezus als Redder van zijn ziel? Of kwam Peterson misschien tot een vorm van bewustzijn van de christus zoals in New Age en Jungeriaanse psychologie?

Carl Jung (1875-1961) was een Zwitsers psychiater, maar ook esotericus, prominent New Ager of zelfs ‘vader van de New Age beweging’.1 Hoewel de invloed van Jungs denkbeelden (zeker ook op mainstream christendom)2 enorm is, is minder bekend hoe zeer zijn denken verwant is aan New Age religiositeit. En omdat een van de meest fundamentele doctrines in New Age is dat mens in wezen God is, hoeft het niet te verbazen dat dit is wat ook Jung onderwees.

Uit verschillende brieven die door Richard Noll in het boek The Aryan Christ verzameld werden, blijkt dat Jung zich ten doel stelde een religie te vormen die een goed alternatief bood voor het joods christelijk denken; psychoanalyse. ‘Psychoanalyse moest het bewustzijn van de mensheid naar een hoger niveau brengen door een religieuze zienswijze’3 schrijft Noll.  ‘Toen Jung fantasieën begon te hebben over het leiden van een beweging die de mensheid spiritueel nieuw leven in zou blazen, eerst door psychoanalyse en daarna met zijn eigen beweging, bleek de levende tegenwoordigheid van Christus in zijn voorouderlijke ziel een onweerstaanbaar model te bieden.’ 4 Door de menselijke ziel ‘Christus’ te noemen, hielden Jungs theorieën een schijn van christelijkheid, terwijl hij God Zoon hiermee wist te reduceren tot een archetype.

Het begrip Christus of Messias is in essentie een Bijbels concept wat niet kan worden gescheiden van Bijbelse beloften en profetieën en dat uitsluitend werd verwezenlijkt in de Persoon van de Here Jezus. Maar Jung wist het begrip Christus te ontdoen van een Bijbelse context. Zijn begrip van het woord Christus was als volgt: ‘Het ‘zelf’ of ‘christus’ is in iedereen a priori aanwezig, maar als regel in een staat van onbewustzijn om mee te beginnen,’5 aldus Jung. ‘Het Christus-symbool is van het grootste belang voor de psychologie in zoverre dat het misschien wel het meest ontwikkelde en gedifferentieerde symbool van het Zelf is, naast het figuur van de Boeddha.’ Jung maakte christus tot een model voor de menselijke psyche, een blauwdruk voor hoe elk mens ‘net als Jezus’ zijn of haar inherente goddelijkheid kan manifesteren.

Hanegraaff concludeert in zijn boek New Age religion and Western culture: ‘Carl Gustav Jung blijkt een directe link tussen de esoterische tradities in de Duitse Romantische Natuurfilosofie en de hedendaagse New Age beweging te zijn. Zijn bijdrage bestond in zijn vermogen om een esoterisch wereldbeeld in psychologische termen te presenteren, waarbij hij een “wetenschappelijk” alternatief bood voor occultisme. Belangrijker nog, niet alleen psychologiseerde hij esoterie, maar heiligde psychologie ook, door het te vullen met de inhoud van esoterische speculatie. Het resultaat was een geheel van theorieën dat mensen in staat stelde over God te praten terwijl ze eigenlijk hun eigen psyche bedoelden, en over hun eigen psyche terwijl ze eigenlijk het goddelijke bedoelden. Als de psyche ‘de geest’ is en God is ook ‘de geest’, dan moet men om het één te bespreken eigenlijk het ander bespreken. Of de oude gnostici er deze gedachten op na hielden valt te betwijfelen; maar dat de New Age beweging dit doet is zeker.’6

Het gevolg hiervan is het ontstaan van een pseudochristus die mensen tot een vorm van verlichting zou brengen maar niet tot verlossing. Het is het christusprincipe dat in elk mens zou bestaan en dat de mens – naarmate men een hogere graad van christusbewustzijn bereikt – tot God zou maken. Deze christus verzoent mensen niet met God de Vader, maar leidt hen tot een godsbewustzijn. Jung schreef: ‘Christus riep uit naar de joden, ‘jullie zijn goden’ (Johannes 10:34); maar mensen waren niet in staat te begrijpen wat hij bedoelde.’7

Bovenstaande schets is een versimpelde weergave van Jungs Christus. Maar het geeft een indruk van hoe lastig deze verwarring van christelijke terminologie met die van New Age kan zijn. Wie met een New Age gelovige praat kan dan zomaar denken dat het over hetzelfde gaat, terwijl de verschillen cruciaal kunnen zijn. Want geen zoektocht naar de tegenwoordigheid van ‘christus in ons zelf’ brengt ons tot God; dat kan alleen de Persoon van de Here Jezus Zelf.

Plaatje: voor New Age gelovigen is Christus symbool voor de verlichte mens, de mens met een godsbewustzijn en de manifestatie van dit bewustzijn.

Lees ook ‘ware zelf of valse christus’ en ‘het ware zelf in nieuwe Bijbels’

Onderzoek of dingen zo zijn

Mensen die prediken uit Gods Woord zijn ons door God gegeven en we dienen hun gezag te eerbiedigen. Toch ontslaat dit ons niet van de plicht dat wat gepredikt wordt te toetsen aan de Bijbel. Gelovigen in Berea ‘ontvingen het Woord met grote bereidwilligheid en onderzochten dagelijks de Schriften om te zien of die dingen zo waren.’ (Handelingen 17)

Als jij iets hoort, toets jij dan ook om te zien of de dingen zo zijn?

Meer?

Toen Israël was verlost uit slavernij werd het volk door God gevoed met Brood uit de hemel. Maar Israël wilde meer. Ze wilden vlees, komkommers, meloenen.. Ze verzochten God door te blijven roepen: ‘we willen meer Heer, meer!’ Na veel geklaag gaf Hij hen wat ze wilden, maar ten koste van hun ziel. Zoals in Psalm 106 wordt beschreven: De vaderen ‘werden met gulzigheid bevangen in de woestijn; zij stelden God op de proef in de wildernis. Toen gaf Hij hun wat zij begeerden, maar henzelf [letterlijk: hun zielen] deed Hij uitteren.

Lieve medegelovige, laat je niet verleiden tot het idee dat je ‘meer’ nodig hebt. In de Here Jezus ben je gedoopt in de Heilige Geest en heb je vrij toegang tot de Vader. Door dagelijks gebed en het lezen van je Bijbel bouw je een relatie met Hem op. Diepgang in deze relatie ontstaat niet door enige zalving, niet door de speciale ‘vaderlijke zegen’ van een (buitenlandse) apostel en niet door aanraking van een medegelovige die genezingen en wonderen lijkt te kunnen verrichten.

Want het brood van God is Hij Die uit de hemel neerdaalt en aan de wereld het leven geeft.’ (Joh 6.27,29,33)  Jezus zei: ‘Ik ben het levende brood, dat uit de hemel neergedaald is; als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid.’ (Joh 6.51a)

Video: ‘Apostolische handoplegging’ voor hen die hongeren naar meer.

Bethel begrijpen

‘Okay, ik tel tot drie. Met drie schreeuw je met ons mee; één, twee, drie! Thou shalt not pass! In Jezus’ Naam.’

Een jaar geleden was te zien hoe een aantal nieuw apostolische leiders, waaronder Bill Johnson en Ché Ahn, uit Naam van God een ‘krachtige profetische handeling’ ten tonele brachten om zo de demon van racisme uit de kerk te verbannen. Actrice en voorganger Marylene Barrett werd uitgenodigd dit ritueel te leiden, naar aanleiding van een visioen dat ze had gehad over een scene uit de Lord of the Rings.

Nu gaan Bethels profetische handelingen vaker mijn begrip te boven, maar deze actie bleef mij intrigeren. Iets wat ik kerkleider Bill Johnson hoorde zeggen, trok mijn aandacht: ‘De meeste gelovigen leven van aarde naar de hemel, hopend en God smekende om in te grijpen in een problematische situatie.’ ‘Als ik niet anders leer kijken, zal ik God steeds blijven smeken om het probleem op te lossen, in plaats van te dienen in het gezag dat Hij mij gaf, om Hem te vertegenwoordigen om het probleem op te lossen.’1

Om te kunnen begrijpen wat Johnson zegt, is het handig te weten dat een kernleer die Bethel onderschrijft die van Dominionisme is: God heeft alleen ‘macht’ over hetgeen waar mensen hun ‘Godgegeven’ gezag uitoefenen door in te stemmen met ‘Zijn wil’ door deze te geloven en in geloof te belijden. God moet dus toestemming krijgen van de mens om in deze aardse dimensie te kunnen werken. Sterker nog, de mens zou dit gezag hebben gekregen en zijn taak verzuimen door dit niet te doen. Met de woorden van Bethel oudste Kris Vallotton: ‘God schiep een wereld waarin onze stem telt en waarin onze instemming met wat Hij doet nodig is om Zijn kracht in de wereld vrij te kunnen zetten.’2 Hetzelfde geldt ook voor de duivel en demonen: slechts in de mate waarin wij mensen zijn gedachtengoed toelaten, geven wij hem akkoord om te werken in ons leven. Met de woorden van Bill Johnson: ‘ik ontken zijn perspectief op dingen, zijn invloed. Ik ontken niet zijn bestaan, ik ontzeg hem een plaats van invloed.’3 Wanneer je dit concept begrijpt, snap je ook dat deze gelovigen zich ten doel stellen de wereld te transformeren. De belofte van een nieuwe hemel en nieuwe aarde, de belofte van een Messiaans Koninkrijk, kan alleen verwezenlijkt worden als de mens in actie komt.

Proclameren en verordenen – declaring and decreeing- is een centrale leer in Word of Faith theologie. Bill Johnson stelt: ‘We leven in de overtuiging dat niets in het koninkrijk gebeurt, zonder dat het eerst werd geproclameerd. Dus wat we doen is we nemen de kern van ‘de gedachten van God’ in een zaak, en dan maken we een verordening [‘decree’] van. Soms veranderen er dingen alleen maar omdat we het hebben verordend: ‘dit is niet het plan van God voor mijn leven, ik verwerp dit, je hebt geen plek.’ En er zijn situaties waar slechts een simpele verordening de zaak ten einde brengt.’4

Een voorbeeld hiervan is de gebedsgenezer die weigert afscheid te nemen van een terminaal zieke vriend, omdat dit ‘geloof in zijn hart’ ‘instemming’ zou bekekenen met de duivel, waardoor de duivel daadwerkelijk ‘rechtsgrond’ zou krijgen en de dood zelfs het gevolg zou kunnen zijn van deze ‘instemming met de duivel’ of zijn ongeloof. Een ander voorbeeld is ook de bewuste situatie van de profetische handeling vorig jaar met Gandalfs staf, waarbij men racisme ten einde poogt te brengen door proclamatie en verordenen. De volledige scene is online te zien (zie referenties), maar hieronder een verkorte versie:

Apostel Ché Ahn staat met een aantal NAR-leiders op het podium en zegt: ‘Okay, we gaan wat binden en ontbinden. En wat ik de afgelopen tien jaar heb geleerd is dat apostelen gezag hebben om te verordenen en te proclameren. Het is iets wat God geeft en wat ik heb op zoveel manieren uitwerking heb zien hebben. Voorganger Marlyne kreeg een visioen vlak voor dit event. En ze zag ons een profetische handeling uitvoeren die historisch zal zijn.’ Marlyne – gekleed in een witte omslagdoek – krijgt de microfoon en legt met een grote toverstaf in haar hand uit: ‘Eén van de films die me erg heeft geraakt is Lord of the Rings. Nou, als je Lord of the Rings kent, zal iedereen begrijpen wat ik in mijn hand heb. [..] Vanaf de vader op deze plek [Bill Johnson] gaan we de staf optillen. En gaan we de geest sommeren: niet alleen om weg te gaan, maar ‘he shall not pass.’ Je hebt gehoord dat apostel Silvosa zei dat je je deur moet zalven. Dus ik moedig je aan als je dit nog niet in de juiste volgorde hebt gedaan: je moet olie op je deur smeren, en dan naar voren lopen en deze handeling met ons herhalen, zodat de geest van racisme je huis zal verlaten..’  Apostel Ché Ahn tegen Marlyne: ‘ik denk dat het belangrijk is dat je je visioen van Gandalf met ons deelt.’ Marlyne Barrett: ‘Okay, dit gebeurt er dus in de gemeenschap – in the fellowship of the Ring – [wijst naar de leiders op het podium] [..] .. Gandalf beseft dat het énige dat deze demon zal stoppen is als hij er staat en het confronteert.. en zegt: dit is de grens! En de demon is in vol gezag, in de volle manifestatie van zijn tegenwoordigheid, en het brult tegen Gandalf. En Gandalf staat in zijn gezag tegenover de demon en zegt het.. [..] Dat gezag is waar we het over hebben, dat alleen vrij gezet kan worden door een apostolische verordening. Het gezag móet gegeven worden, en daarom onthulde ik wat we hoorden vanavond. Is dat helder?’ Apostel Ché Ahn: ‘laten we allemaal gaan staan, want jullie staan allemaal in het gezag, want jullie zijn allemaal koningen en priesters en we zijn allemaal een apostolisch volk. Dus als een apostolisch hoofd met het gezag dat God ons gegeven heeft, verordenen en proclameren [‘decree and declare’] we dat racisme ten einde zal komen, over zal zijn in de Ekklesia* vanaf deze avond, in Jezus’ machtige Naam.’ De groep apostolische leiders neemt de staf ter hand. Ché Ahn: ‘Laten we ‘m optillen en ‘m naar beneden knallen. Halleluja!’ Marlyne tegen het publiek: ‘laten we het samen zeggen: ‘thou shalt not pass!’ Amen.’ ‘We moeten het nog een keer doen, het is nodig dat jullie allemaal met ons instemmen! Okay, ik tel tot drie. Met drie schreeuw je met ons mee; één, twee, drie! Thou shalt not pass! In Jezus’ Naam.’5

Hoewel de Naam van de Here Jezus wordt gebruikt, durf ik te betwijfelen dat Hij er mee instemde. Kunnen we willekeurig wat geloven en belijden zodat het zal geschieden? Jezus leert ons de Vader te vragen dat Zijn wil geschiedde. Dit is synoniem voor onszelf afhankelijk maken van God. Maar Bill Johnson gelooft dat een ‘als het uw wil is’-type gebed krachteloos is.6 Hij stelt: ‘Ik kan niet bidden ‘als het Uw wil is’, want voor mij is dat een gebed van ongeloof.’7

Dus om de geloofskracht niet te ondermijnen wordt God niet gevraagd om Zijn wil, maar wordt ‘Zijn wil’ verondersteld en in geloof geproclameerd. Wat is dan die wil? ‘Simpel’ zeggen Word of Faith gelovigen, ‘Jezus leert ons: ‘Uw wil geschiedde zoals in de hemel ook op aarde’, dus leren Word of Faith predikers ‘Uw wil geschiedde: als in de hemel zo ook op aarde.’ Johnson stelt: ‘Wat is de wil van God? Het is wat er daar [in de ‘hemel’] aan de hand is, zou hier [op aarde] aan de hand moeten zijn. En wat er hier aan de hand is wat niet ook daar gaande is, moet stoppen. Dat is de opdracht. Het is niet ingewikkeld.’8 Leraren als Johnson geloven dat de hemel welvarend is, zonder armoede, ziekte en dus ook racisme. En dus zou de aarde ook zo moeten zijn. ‘Er zijn geen tumoren in de hemel,’ aldus Johnson, ‘en geloof brengt die werkelijkheid onze werkelijkheid binnen. Zou satan de hemel met tumoren willen treffen? Natuurlijk wil hij dat. Maar hij heeft er geen heerschappij. Hij heeft alleen hier heerschappij, wanneer en waar de mens het er mee eens is.’9

Dit is wat New Thought leider Annie Rix Militz een eeuw geleden ook leerde: ‘De wil van God in de Hemel brengt vrede en voorspoed, gezondheid en vrijheid. Wanneer de twijfel onze gedachten binnenkomt of ons gebed wel in overeenstemming is met Gods wil, laten we ons dan herinneren hoe Zijn wil gedaan wordt in de Hemel. Brengt de goddelijke wil gedaan in de Hemel ziekte of zorgen, armoede of dood voort? Nee. Dan zal Zijn wil gedaan op aarde dit niet voortbrengen.’10

Als die hemelse realiteit van vrede, liefde, welvaart, vrijheid eenmaal ‘gemanifesteerd’ is op aarde, is Gods Koninkrijk hier en nu, desnoods uit Naam van de Koning, zonder de aanwezigheid van die zelfde Koning.

‘Maar er zal één dag zijn, die de HEERE bekend zal zijn, geen dag en geen nacht. Het zal geschieden ten tijde van de avond dat het licht blijft. Op die dag zal het geschieden dat er levend water vanuit Jeruzalem zal stromen, de ene helft ervan naar de zee in het oosten en de andere helft ervan naar de zee in het westen: ’s zomers en ’s winters zal het plaatsvinden. De HEERE zal Koning worden over heel de aarde. Op die dag zal de HEERE de Enige zijn en Zijn Naam de enige.’ Zacharia 14:7-9

Foto’s: Marlene Barrett met apostolische leiders uit de NAR. Op de achtergrond de leus ‘Transformatie NU’

*Ekklesia is een Grieks woord voor de gemeenschap van gelovigen dat graag wordt gebruikt in NAR kringen.