Jezus zou niet blij zijn..

Een vriendin van mij deelde een post van Jim Palmer die werd geplaatst in een Facebookgroep van A Course in Miracles (ACIM), het leerboek voor New Age gelovigen. Het stuk trof ons beiden, omdat hieruit opnieuw blijkt hoezeer New Age gedachtengoed overlap heeft met wat vandaag in kerken wordt geleerd.

Jim Palmer stelt dat er ‘Tien dingen over het christendom [zijn] waar Jezus niet blij mee zou zijn als hij zou terugkeren.’ Het ‘als hij terug zou komen’ is voor New Age gelovigen hypothetisch, omdat zij niet geloven in de fysieke wederkomst van de Persoon Jezus, maar uitsluitend in een massale ‘uitstorting’ van de christusgeest, het komen tot een ‘collectief christusbewustzijn,’ een wereldwijde verlichting. De tien dingen waar Jezus niet blij mee zou zijn, zijn volgens Palmer:

  1. Dat zijn visie op een getransformeerde samenleving, die hij ‘het koninkrijk van God’ noemde, verdraaid werd in een fantasie van het hiernamaals over de hemel.
  2. Dat er een religie gevormd werd om zijn naam te aanbidden, in plaats van een beweging om zijn boodschap te verspreiden.
  3. Dat het evangelie stelt dat zijn dood het probleem van de scheiding van de mensheid van God oploste, in plaats van te zeggen dat zijn leven de waarheid onthulde dat er geen scheiding van God is.
  4. Dat de religie die zijn naam draagt [christendom] voort werd gebracht door de theorieën en leringen van Paulus in plaats van de waarheid die Jezus voorleefde en demonstreerde.
  5. Dat er van hem gezegd zou worden dat hij als enige God in het vlees zou zijn, waarbij zijn voorbeeld buiten bereik zou zijn, in plaats van het onderwijs dat we delen in dezelfde geest die zijn karakter en leven bekrachtigden.
  6. Dat de religie die zijn naam claimt, onderwijst dat zijn wijsheid en onderwijzingen de enige legitieme weg zijn om waarheid en God te kennen.
  7. Het idee dat de mensheid voor God veroordeeld staat en het verdienstelijk maken van Gods toorn en eeuwig oordeel, waardoor de dood van Jezus vereist is om recht te zetten.
  8. Dat mensen op Jezus wachten om terug te keren om de wereld te redden en lijden te beëindigen, in plaats van verantwoordelijkheid te nemen voor het redden van de wereld en zelf het lijden op te lossen.
  9. Dat mensen denken dat er magische kracht uitgaat van het uitspreken van de naam van Jezus, in plaats van toegang te krijgen tot onze eigen natuurlijke krachten en capaciteiten om te veranderen.
  10. Dat mensen Jezus zijn komst associëren met kerk, theologie, politiek en macht in plaats van moed, rechtvaardigheid, menselijkheid, schoonheid en liefde.

Een aantal dingen die Palmer lijkt te veronderstellen zijn: (Ad 1.) Dat een door mensen getransformeerde maatschappij synoniem is voor ‘het Koninkrijk van God’. Iets wat ook werd onderwezen door New Age leidsman Benjamin Creme1 maar wat ook door bijvoorbeeld paus Francis ll2 en leiders van de Nieuw Apostolische Reformatie wordt verondersteld.3 (Ad 2.) Het gaat niet meer om de Here Jezus, niet om Zijn verlossingwerk, het gaat om de boodschap die Hij bracht. (Ad 3.) Die boodschap is niet dat de mens tot inkeer dient te komen en met God verzoend dient te worden, maar dat de mens tot het bewustzijn komt dat alles ten diepste één is, dat alles God is, dat men zelf deel van God uitmaakt en God in elk mens is. Zoals New Thought leider Annie Rix Militz onderwees: ‘De absolute waarheid is dat er slechts Eén Wezen in het universum is en dat ene is God: dat de mens uit zichzelf niets is, gescheiden van God. Dat is een illusie, een vals geloof, dat er enige scheiding is die echt is.’ Of met de woorden van New Age leidsvrouw Alice Bailey: de ‘grote dwaalleer van gescheidenheid’ werd volledig overwonnen door Zijn alles includerende geest.’4 Binnen kerkmuren wordt deze leer van de at-one-ment’ sterk gepropageerd door Franciscaans pater Richard Rohr. (Ad 4.) Er wordt onderscheid gemaakt tussen een religieus christendom, gebaseerd op doctrines van Paulus (waarbij men niet in acht neemt dat Paulus’ woorden in de Bijbel Gods Woord zijn) en een praktisch christendom dat ‘de ware’ boodschap van Jezus demonstreert. (Ad 5.) De exclusiviteit van Jezus als enige eniggeboren Zoon van God, enig God-mens, wordt ter discussie gesteld. Zijn Persoon wordt gereduceerd tot een blauwdruk voor hoe elk mens als Hem zou kunnen worden door ‘de geest.’ (Ad 6.) Gods Woord als dé waarheid en weg om God te leren kennen wordt ondermijnt, zodat er ruimte is voor allerhande buiten-Bijbelse bronnen die een waarheid over God openbaren. (Ad 7.) Ontkenning van de nood van Jezus’ verzoenend offer door Zijn kruisdood in mensenlevens. (Ad 8 en 9.) Redding is niet meer van buitenaf. De mens dient niet meer te hopen op een externe redderfiguur (Christus Jezus), maar dient zichzelf (christus binnenin, of het ‘ware zelf)  te vinden om ‘gered’ te worden. (Ad 10.) De wederkomst gaat niet meer over de wederkomst van de Here Jezus, maar om het ontwaken van een christusbewustzijn. Zoals Alice Bailey stelde: ‘Wanneer het bewustzijn van Christus [christusbewustzijn] is ontwaakt in alle mensen, dan zullen we vrede hebben op aarde en welwillendheid onder de mensen. Waar er welwillendheid is, zal er vrede zijn: er moet een georganiseerde activiteit zijn en erkenning van het Plan van God, want dat plan is synthese, dat Plan is fusie, dat Plan is eenheid en at-one-ment.’5

Zaaien en oogsten in geloof

Een belangrijke doctrine die door welvaartspredikers wordt onderwezen is de ‘geestelijke wet’ van ‘zaaien en oogsten.’ Napoleon Hill was een prominent leraar in de New Thought beweging,1 een occulte beweging die de voorloper vormt voor New Age.2 Hij geloofde dat de economische crisis in de VS in de jaren dertig van de vorige eeuw het gevolg was van een wereldwijd ‘oogsten zonder te zaaien,’3 refererend aan Galaten 6.7. Hill ontwikkelde principes om rijk te worden door ‘te zaaien’ en zijn principes werden overgenomen door bekend welvaartsprediker Oral Roberts.4 Op zijn beurt leverde Oral Roberts een grote bijdrage aan het verspreiden van deze leer in de kerk. Hij onderwees dat ‘de goddelijke wet van de zaaier en de oogst’ door God werd ingesteld in Genesis 8.22. Roberts beschrijft de wet als volgt: ‘Om je je potentieel te verwezenlijken, om levensproblemen te overwinnen, om je leven vrucht te zien dragen [..] zou je moeten besluiten de goddelijke wet van de zaaier en de oogst te volgen. Zaai het zaad van Zijn beloften in de grond van jouw nood.’ En: ‘Als we een aantal dingen waar we goed in zijn, geloof, middelen en mogelijkheden nemen en we stoppen die in Hem, zoals een zaadje gezaaid wordt, krijgen we gegarandeerd een vruchtbare oogst.’5 Als je nood financieel is, is de oplossing simpelweg:  ‘Los je financiële noden op met financieel zaaigoed.’6

Dit New Thought principe van ‘zaaien en oogsten’ wordt ook nu nog onderwezen door welvaartspredikers, niet alleen in de VS, maar ook in Nederland: Men heeft een concrete schuld, een nood. Om het gewenste bedrag te kunnen ontvangen dient in geloof een geldbedrag gezaaid te worden in de akker van een vruchtbare christelijke bediening, zelfs als men dit bedrag eigenlijk niet kan missen. Dit is waar het op ‘geloof’ aankomt: geloof dat dit bedrag in veelvoud naar je zal terugkomen. De clausule is om een procent van het gewenste bedrag te zaaien zodat het honderdvoudige geoogst kan worden.

Eén van de Bijbelpassages die wordt gebruikt om dit verdienmodel te onderbouwen, is de gelijkenis van de zaaier. ‘Toen nu een grote menigte bijeenkwam en ze van alle steden naar Hem toe kwamen, zei Hij met een gelijkenis: Een zaaier ging eropuit om zijn zaad te zaaien. En toen hij zaaide, viel het ene deel langs de weg, en het werd vertrapt en de vogels in de lucht aten het op. En een ander deel viel op de rots, en toen het opgegroeid was, verdorde het door gebrek aan vocht. En een ander deel viel te midden van de dorens, en de dorens, die mee opgroeiden, verstikten het. En een ander deel viel in de goede aarde en toen het opgegroeid was, bracht het honderdvoudige vrucht voort.’ (Luk 6.4-8) En ook Markus 10,29,30: ‘Voorwaar, Ik zeg u: er is niemand die huis of broers of zusters of vader of moeder of vrouw of kinderen of akkers verlaten heeft omwille van Mij en om het Evangelie, of hij ontvangt honderdvoudig, nu in deze tijd, huizen en broeders en zusters en moeders en kinderen en akkers, met vervolgingen, en in de wereld die komt, het eeuwige leven.’ Het punt in de gelijkenis van de zaaier is dat het zaad hier het Woord van God is (Luk 6.11) en niet een in geloof gegeven geldbedrag, de akker in deze gelijkenis is ons hart, niet een vruchtbare christelijke bediening. Eigenlijk heeft deze gelijkenis helemaal niets met financiën van doen. Toch is dit wat de welvaartsprediker leert: ‘De manier om dit [een schuld] op te lossen is een zaadje te zaaien, want je zaait jezelf uit de schuld,’ aldus Benny Hinn. ‘Ik vraag velen van jullie om $120 te zaaien. Weet je waarom?’ onderbouwt Hinn: ‘Het getal honderdtwintig is het getal van bevrijding en vrijheid: honderdtwintig dagen was Noach in de ark, dat betekent het einde van het oordeel en het begin van zegeningen. Honderdtwintig bazuinen in het oude verbond. Honderdtwintig in het bovenvertrek.’7 Tja.

Daarnaast zijn ook Galaten 6.7 en 2 Korinthe 9.6  graag gebruikte Bijbelteksten: ‘..want wat de mens zaait, zal hij ook oogsten’ en ‘wie karig zaait, zal ook karig oogsten; en wie zegenrijk zaait, zal ook zegenrijk oogsten.’ De eerste tekst heeft betrekking tot het vlees en de Geest: wanneer een christen zaait in het vleselijke (hebzucht, haat, jaloezie), oogst men bederf, zaait men in de Geest, oogst men eeuwig leven- vers 8. Opnieuw geen financieel zaadje en ook geen akker van een christelijke bediening. In de tweede Bijbeltekst kan het zaaigoed wel een geldbedrag vertegenwoordigen, maar is de oogst Gods zegen.

Naast het feit dat dit zaaien en oogsten principe niet Bijbels te onderbouwen is, is het tenminste typisch te noemen dat predikers van deze Word of Faith doctrine hun toehoorders aanmoedigen om te zaaien in de akker van hun eigen bediening. Die bediening staat dan gelijk aan Gods koninkrijk. Als men zaait verzamelt men niet alleen een oogst, maar krijgt men ook toegang tot bepaalde privileges, zoals de belofte van persoonlijk gebed door de prediker, het ontvangen van materiaal zoals boeken, proclamatiekaarten en goodies, die in essentie worden betaald door schapen uit de kudde die hun financiële zaadjes eerder al toevertrouwden aan de welvaartsprediker.

Heeft u een nood? Maak die in de eerste plaats aan God bekend in gebed. ‘Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God.’ (Fil 4.6) ‘Maar mijn God zal u, overeenkomstig Zijn rijkdom, voorzien van alles wat u nodig hebt, in heerlijkheid, door Christus Jezus.’ (Fil 4.19) Zoek zo nodig steun bij een medegelovige.

Wilt u iets aan God geven? Gods koninkrijk kent geen ‘voor wat hoort wat’: als we willen geven, geven we blijmoedig, niet met de verwachting terug te krijgen, anders zou het geen gift zijn. Met niets kwamen wij in deze wereld en met niets zullen we hier weer vertrekken (1 Tim 6); alles dat we hebben kregen wij van God. Het beste offer dat wij kunnen brengen is ons overgegeven leven, gehoorzaamheid aan God. (1 Sam 15.22)

Foto’s: oogsttijd Ethiopië, linksonder Think and Grow Rich van Napoleon Hill, rechtsonder tijdschrift Abundant Life van Oral Roberts

Bevrijd of beschadigd?

De eerste ervaring die ik zelf had met bevrijding was in 2006, toen ik in navolging van een groot deel van de gemeente waar ik deel van uit maakte het vermaarde ‘zeven-stappen-plan’ van Neil Anderson doorliep. Het stappenplan werd sterk aanbevolen als een volgende stap in het geloofsleven en een ‘geestelijke check-up’ om te zien of er nog verborgen terreinen zouden zijn waarover de duivel gezag zou hebben. In een aantal gesprekken beleed ik mijn zonden en in een eindgebed werden demonen geconfronteerd. Hoewel ik de begeleiding als vriendelijk ervoer, voelde ik mij in het eindgebed enigszins onder druk gezet, oa. om pijnlijke herinneringen waar ik op dat moment geen last van had boven te laten halen. Daarnaast werden duistere machten die mijn vader lange tijd ernstig ziek zouden houden met veel poeha door een ‘hoofdconfrontator’ de deur gewezen: nu zou hij ‘genezen’ en ‘vrij’ zijn. Mijn vader verkeerde op dat moment al in slechte conditie, dus helemaal onverwacht was zijn overlijden niet. Toch trof het mij dat hij na een ziekbed van zestien jaar precies twee dagen na dit bevrijdingsgebed stierf.

De emotionele bagage die het bevrijdingsgebed achterliet was grotendeels voor mijzelf om te dragen. De onbeantwoorde vragen ook: had ik niet genoeg geloofd in mijn vaders bevrijding van ziekte? Moest ik deze genezing en bevrijding misschien symbolisch zien, met de dood als ultieme verwezenlijking hiervan?

In de loop van mijn christelijk leven kreeg ik terloops ervaringen te horen van mensen die te maken hadden gehad met het fenomeen ‘bevrijding’, meestal niet positief. Een aantal wil ik er delen, waarbij de namen gefingeerd zijn, de ervaringen niet.

  • Arjen werd als kind erg gepest en plaste lange tijd in bed. Zijn ouders weten het bedplassen aan stripboeken die hij las en die door zijn ouders occult werden bevonden. In plaats van hulp bieden voor zijn emotionele last, werd er sterk gebeden tegen occulte machten die nu in (het leven van) Arjen hun intrede zouden hebben gedaan. Arjen gelooft als volwassene nog in God, maar wil niets meer met de kerk te maken hebben.
  • Krista was betrokken bij bevrijdingspastoraat en onderging ook zelf diverse bevrijdingssessies. Ze zag mensen steeds voor dezelfde problemen terugkomen: deze christenen vonden geen vrijheid, maar bleven het bevrijdingspastoraat toch als dé remedie zien, waardoor zij eigenlijk nooit verder kwamen dan hun eigen (vermeende) nood aan bevrijding en counseling. Zelf onderging Krista verschillende bevrijdingssessies. Sinds ze hier mee gestopt is, speelt hetgeen ze last van had vrijwel geen rol meer in haar leven.
  • Marjon had problematische zwangerschappen en werd als kind seksueel misbruikt. Tijdens bevrijdingssessies werden demonen uit haar geslachtsorganen ‘uitgedreven’ die de oorzaak zouden zijn geweest van de problematisch verlopende zwangerschappen. De uitdrijvingen zijn emotioneel erg beschadigend geweest.
  • Freek was een erg depressieve tiener, tot suïcidale gedachten aan toe. Zijn geboorte verliep moeizaam. Er werd sterk gebeden tegen de ‘doodsgeest’ die tijdens zijn geboorte intrede zou hebben gedaan en nu verantwoordelijk was voor de depressie.
  • Joyce werd op een christelijk kinderkamp niet berispt of in de hoek gezet toen zij ongehoorzaam was, maar onder handoplegging werd bij haar de ‘geest van rebellie’ uitgedreven. Niet alleen voelde zij zich ‘slecht’, ook voelde zij zich een kind van de duivel. Joyce is geen christen meer.
  • Mijn vader -zie hierboven – werd gevraagd geslachtslijnen uit te pluizen en de ‘zonden van zijn voorvaderen’ te achterhalen en te belijden. Als deze ‘geslachtslijnen’ ‘vrij zouden zijn gebeden’ zou lichamelijke genezing volgen. In de loop van de jaren hebben veel mensen trouw voor mijn vader gebeden. Hij overleefde veel prognoses en ik ben God dankbaar voor zijn aanwezigheid in mijn leven. Toch trad er geen genezing op, ook niet na zijn belijdenis van de zonden van het voorgeslacht.

Het deed mij plaatsvervangend pijn om deze verhalen op te schrijven. De reden dat ik dit toch doe is omdat ik geloof dat deze ervaringen slechts een topje van de ijsberg betreffen en er tegelijk weinig over wordt gesproken. Mogelijk omdat het bespreken van zonden en nare herinneringen zoals gebruikelijk is in dit soort sessies, kwetsbaar maakt, gevoelig voor misbruik zelfs. Als u als lezer een evangelisch-charismatische achtergrond hebt, is het waarschijnlijk dat u uw eigen verhaal hier aan kunt toevoegen.

Zoals ik eerder schreef geloof ik dat demonen en de duivel net zo goed werkelijkheid zijn als het bestaan van God. Ook geloof ik dat christenen medegelovigen met de beste intenties door dit soort sessies laten gaan. Maar ik geloof ook dat er veel kanttekeningen te plaatsen zijn bij exorcisme en bevrijdingspastoraat. Het ‘pastorale’ aspect van dit zogenaamde pastoraat is hier één van.

Als u christen bent mag u weten dat u een tempel van de Heilige Geest bent. God is een jaloers God en deelt deze ruimte niet met een ander; zeker niet met demonen.

In onderstaande video zet Rudi Hakvoort helder uiteen waarom bevrijdingspastoraat zoals het nu door veel kerken wordt beoefend, niet Bijbels is. De video duurt net iets langer dan een uur, maar is de moeite van het kijken meer dan waard. Mijn advies zou zijn: denk goed na voordat je jezelf de handen op laat leggen of door een stappenplan laat loodsen voor bevrijding. Zoek verlichting van je lasten en verlossing van je zondelast in de eerste plaats in gebed bij God. Hij geeft om niet.

‘Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten. Nader tot God, en Hij zal tot u naderen.’ (Jakobus 4.7,8a)

Slangenleer

‘Maar ik vrees dat, zoals de slang met zijn sluwheid Eva verleid heeft, zo misschien ook uw gedachten bedorven worden, weg van de eenvoud die in Christus is.’ – 2 Korinthe 11.3

Zo’n zesduizend jaar geleden werd de eerste mens tot zonde verleid door de sluwheid van de slang. Zijn strategie was simpel maar effectief: Gods Woord in twijfel trekken, verlichting bieden door ‘geheime’ kennis, suggereren dat mensen aan God gelijk kunnen zijn. Wanneer onderwijs een combinatie van deze factoren bevat, is het toch wel waarschijnlijk dat men te doen heeft met leer die z’n oorsprong vindt in wat er destijds in Eden gebeurde.

Eerder verzamelde ik al wat kanttekeningen die werden geplaatst bij The Passion Translation door Brian Simmons; een Bijbelvertaling die ook in Nederland aan populariteit wint.

Het viel mij daarbij op dat Simmons vaak opmerkingen maakt die de illusie wekken dat mensen als God zijn, als hun ogen maar geopend worden voor dit geheimenis. Tegelijk lijkt Simmons orthodoxe Bijbelvertaling te ondermijnen en deze voor nieuw geopenbaarde waarheid te verruilen. Hij stelt: ‘Er zijn zóveel geheimen in de Bijbel die zijn opgeruimd, weggefilterd.’1 In diverse spreekbeurten legt Brian Simmons uit hoe Jezus hem deze geheimen zou hebben toevertrouwd doen Hij hem bezocht in zijn kamer, hem meenam naar de hemel en ze in hem imparteerde via ‘instant downloads’.2

Tijdens het kijken van een recensie door voorganger en YouTuber Mike Winger over het boek Kolossenzen uit The Passion Translation viel mij dezelfde combinatie weer op: Gods Woord in twijfel trekken, geheime kennis pretenderen te hebben, de mens verleiden tot het worden van Gods gelijke.

Zo benadrukt Simmons Aramees – ‘Gods liefdestaal’ – te hebben gebruikt voor het vertalen van The Passion Translation, zodat Gods hart aan de lezer zou worden geopenbaard. In een preek deelt hij één van de geheimen die met het Grieks verloren gingen en in het ‘Aramees’ werden herontdekt: ‘Vrouwen, ga er even voor zitten. Er staat geschreven: ‘vrouwen onderwerp uzelf aan uw mannen’, toch? [trekt Gods Woord in twijfel] De Griekse taal zegt inderdaad ‘onderwerp’. Wat als de originele tekst in het Aramees was geschreven? En vertaald werd naar het Grieks, en ze er een beetje naast hebben gezeten? Hier is de Aramese tekst: – ik ga hier een aantal mannen kwaad mee maken. Ik heb zojuist jullie systeem van misbruik richting je vrouw vernietigd. Stop daarmee. Maar er staat: [‘correcte’, nieuwe interpretatie] ‘vrouwen, wees teder toegewijd aan jullie man, zoals de kerk teder is toegewijd aan Christus.’ En ook in een andere lezing blijkt hoezeer Simmons Gods Woord openlijk afvalt, onder het alibi van een betere vertaling. ‘Kom op dames, vrouwen van God’ daagt Simmons uit. ‘Sta op en leg al die kritische betweters het zwijgen op die zeggen dat vrouwen die dingen nooit mogen doen. Ik daag je uit: zet ze voor schut! Daag deze religieuze geest uit die stelt dat vrouwen niet mogen onderwijzen, vrouwen niet mogen leidinggeven, vrouwen niet mogen profeteren.’3

Het is mijns inziens tekenend dat Simmons het door de Heilige Geest geïnspireerde Woord van God afdoet als leer van een ‘religieuze geest’. Voor de duidelijkheid; zelf ben ik vrouw. Maar dat vrouwen geen mannen zouden mogen onderwijzen in de gemeente, of gezag over hen uit mogen oefenen is simpelweg een Bijbelse instelling (1 Tim 2.12) die eeuwenlang als zodanig werd geaccepteerd, geen leer van een religieuze geest. Dit vers heeft dan ook niet met een systeem van misbruik of onderdrukking te maken, maar met Goddelijke orde waar zegen vanuit gaat wanneer deze in alle liefde en oprechtheid wordt nageleefd. Simmons trekt de parallel terecht van het gezag van de man naar het gezag van Christus, waarmee hij de toon zet voor het ondermijnen van dat gezag. Het treft mij dat de verleiding die door hem wordt geboden opnieuw via het hart van ‘ons vrouwen’ voet aan grond krijgt, dit keer niet in Eden maar in het lichaam van Christus.

Een ander alibi voor het (zogenaamd) legitiem veranderen van Gods Woord is doormiddel van homoniemen: woorden die hetzelfde worden uitgesproken als een ander woord maar van betekenis verschillen. Op die manier kunnen bij de vertaling van het Oude Testament verschillende intrepretaties aan woorden toe worden gekend. Dit legt Simmons als volgt uit: ‘Toen Jezus tot mij kwam en sprak: ‘Ik openbaar je geheimen’, was één van de geheimen die Hij mij gaf dat van homoniemen. Kijk, als je Hebreeuws moet vertalen, word je gedwongen op de ene óf de andere manier te vertalen. Nou, het is beiden. De Heer liet me zien dat het de homonimische structuur van Hebreeuws was dat de sleutel zou vormen tot openbaring in de laatste dagen.’4

En dan het idee van het aan God gelijk willen zijn. In Jesaja (40.25) zegt God, de Schepper van hemel en aarde: ‘Met wie zou u Mij willen vergelijken, of aan wie ben Ik gelijk? zegt de Heilige’.

Hoewel dit een retorische vraag is, werpt Simmons tegen: ‘Vier keer zegt Hij [‘Jezus’] ‘mijn zus, mijn bruid,’ toen Hij mij bezocht in 2009, door mijn muur wandelde en op mij blies, toen zei Hij: Ik geef je geheimen en dit is het eerste [geheim] dat Hij mij gaf. Hij zei: het woord ‘zus’ is het Hebreeuwse woord ‘gelijke.’ ‘Mijn gelijke, Mijn bruid’. Dus ik vertaalde dat. Mijn uitgever belde me op, vlak nadat ik hem het manuscript toe had gestuurd. Hij zei: ‘We gaan je boek niet publiceren’. Ik zei: ‘ho, wow, yo, what’s up? Waarom? Wat doe ik verkeerd?’ Hij zei: ‘Nou je vertelt mensen in je vertaling vier keer dat ze gelijk zijn aan Jezus!’ Ik zei: ‘nee bro, dat zeg ík ze niet, dat doet Híj! Ik zou dat nóóit zeggen. Dat zegt Hij!’ [beschuldigt God] Als Hij jou niet een ongelijk span laat vormen, zou Hij dat wel doen met Zijn eigen Zoon?! Er zal een gelijke partner [‘lichaam van Christus’] tevoorschijn komen. Stralend, doordrenkt van heerlijkheid, een look-a-like partner. Alles wat gezegd is over Jezus, zal gezegd worden van jou!’5

Alle eigenschappen die de Here Jezus zijn voorbehouden toekennen aan mensen is dan ook exact wat Simmons doet. Zo zegt hij niet alleen: Jíj hebt álles wat Hij heeft: ál Zijn gerechtigheid, ál Zijn heerlijkheid, héél Zijn gezag’. ‘Jij hebt het DNA van God’.6 Ook gebruikt hij titels die zijn voorbehouden aan de enige Messias, zoals ‘Boom des Levens’7 In één van zijn spreekbeurten zegt Simmons:  ‘Hoe voelt het om een gezalfde te zijn? Voelt dat goed? Vertel degene naast je, ook als je ‘m niet mag, vertel degene: ‘jij bent een gezalfde’.8 Niet alleen in spreekbeurten, maar ook in Simmons Bijbelvertaling komt deze leer terug. Zo wordt Handelingen 11:26b als volgt vertaald: ‘Het was in Antiochië dat de volgelingen van Jezus voor het eerst geopenbaard werden als ‘gezalfden’. Ter vergelijking ditzelfde vers uit de HSV: ‘En het gebeurde [..] dat de discipelen voor het eerst in Antiochië christenen genoemd werden’. Het woord ‘christenen’ – volgelingen van Jezus – wordt daarmee vervangen door ‘christussen’- gelijken aan Jezus.

Ook in een voetnoot bij 1 Petrus 4.16 in The Passion Translation doet Simmons dit. Hij stelt er: ‘Het woord christen betekent ‘gezalfde.’ Christus is de Gezalfde en als zijn volgelingen die verenigd met hem leven, zijn wij ook ‘gezalfden’. Waarmee hij de lezers van zijn Bijbel opnieuw onderwijst dat zij christussen zijn.

Simmons is consequent in zijn statements dat gelovigen Christus zullen zijn. Zo zei hij ook in een preek in 2015 in Sydney: ‘Christus is niet slechts Jezus Christus.’ ‘Wij wórden de christus op aarde. De christus in ons wordt de hoop der heerlijkheid.’10

Mogelijk is het te scherp als ik stel dat Brian Simmons leer verkondigt die in overeenstemming is met de leer van de slang. Mogelijk te negatief. Maar soms ben ik bang dat we makkelijk te misleiden zijn, weg van de eenvoud die in Christus is.

Laten we terugkeren naar die eenvoud.

‘Maar wij weten dat de Zoon van God gekomen is en ons het verstand heeft gegeven om de Waarachtige te mogen kennen; en wij zijn in de Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon, Jezus Christus. Die is de waarachtige God en het eeuwige leven.’ – 1 Johannes 5.20

Yoga én Jezus?

Sinds een paar jaar is de interesse voor yoga ook binnen de kerk sterk toegenomen. Veel christenen denken dat ze er voor kunnen kiezen de typische lichaamshoudingen en ademhalingsoefeningen gewoon te doen zonder dat het proces van verlichting dat met yoga wordt nagestreefd hen hierbij raakt. Het is alsof zij geloven dat je een sinaasappel kunt eten alleen voor de vitaminen en je er daarbij voor kunt kiezen geen suiker binnen te krijgen. Maar kunnen christenen aan yoga doen zonder dat dit iets met hun geestelijk leven doet?

Rie Frilund Skårhøj uit Denemarken geeft online cursussen in christelijke yoga, ‘CrossYoga’ genaamd. Ook heeft ze een YouTube kanaal waarin ze haar volgers de principes van het christelijk klinkend ‘Maranatha yoga’ bijbrengt of les geeft rond thema’s als pasen of het evangelie van Marcus. Ze schrijft: ‘CrossYoga is Christus gecentreerde yoga of ‘christelijke yoga.’ We gebruiken verschillende stijlen. CrossYoga is gebaseerd op het christelijk geloof.’1

Ook Laurien is docente christelijke yoga. Aan haar volgers leert ze de lichamelijke pose (asana) ‘de neerwaardse hond.’ Ze promoot het asana als een oefening met lichamelijke voordelen: ‘de neerwaartse hond, een pose die we in een yogaflow veel doen! Een houding die je bloedcirculatie bevordert, een positieve invloed heeft op je hormonen (en stress want hormonen en stress gaan vaak hand in hand!) en door het op z’n kop staan worden afvalstoffen beter afgevoerd in je lichaam.’2

Deze ‘neerwaardse hond’ pose wordt door Indiase yogi echter niet als puur fysieke oefening gezien, omdat het onderdeel uitmaakt van de Zonnegroet (zie Job 31.27): een belangrijke ode aan de zonnegod Surya. Yogapedia schrijft over de ‘neerwaardse hond’: ‘Van oorsprong wordt van deze asana geloofd dat het een aantal chakra’s activeert, zoals het manipura en ajna chakra.’3

Dat yoga niet slechts een set van lichamelijke oefeningen is, maar deel uitmaakt van een bredere filosofie, een pad tot verlichting en vorm van aanbidding waarbij het religieuze niet van het fysieke kan worden gescheiden, onderschrijft ook prof. Subhas Tiwari. In het artikel Yoga Renamed Is Still Hindu uit Hinduism Today schrijft hij: ‘Het simpele, onveranderlijke feit is dat yoga haar oorsprong vindt in de Vedische of hindoeïstische cultuur. Haar technieken werden niet overgenomen door het hindoeïsme, maar komen er uit voort. [..] De poging om yoga van hindoeïsme te scheiden moet ter discussie worden gesteld, want het gaat tegen de fundamentele principes in waarop yoga is gebaseerd, de yama’s (verboden) en niyama’s (geboden). [..] Pogingen om yoga te scheiden van haar geestelijke kern getuigt van onwetendheid over het doel van yoga.’4

Laurien ontkent de geestelijke dimensie van yoga ook niet. Net als hindoeïstische beoefenaars van yoga gelooft ze dat yoga verbindt met het goddelijke. Ze schrijft: ‘Door lichamelijke oefeningen, ademhalingstechnieken en het bewust stilstaan bij jezelf en je lichaam, helpt yoga je om dichter bij jezelf te komen en tot God!’

Nu is de vraag: met wélke God verbindt yoga? De Bijbelse manier om tot God te komen is namelijk door simpel gebed en het lezen van de Bijbel, en niet het doen van lichamelijke oefeningen, ademhalingstechnieken en stilstaan bij jezelf. Het hindoeïstisch concept van het goddelijke is pantheïstisch, het is de projectie van goden op het ‘zelf’, het goddelijke in anderen en in de kosmos, die samen de verschillende aspecten van Brahman vertegenwoordigen. Het goddelijke is geen Persoon, maar een bewustzijn. Door yoga wordt men verlicht: een overweldigende ervaring van ‘ik ben’, ‘alles is één’, ‘alles is god’ en ‘ik ben één met alles.’ Dit is het bereiken van een zgn. godbewustzijn. Wanneer het godsbeeld van iemand Krishna is, dan spreekt men van Krishnabewustzijn, is dit Christus, dan komt men tot een christusbewustzijn. Zoals je ziet kan willekeurig welk concept van goddelijkheid zo gebruikt worden om ‘dichter bij God’ te komen, zodat ook Jezus een plekje krijgt in yoga.

In de Bijbel wordt geen pragmatische toets gebruikt als het aankomt op het overnemen van gebruiken uit andere religies. Voor God is dit zonde. ‘Vraag u niet af: Hoe hebben die volken hun goden vereerd? Zo willen wij het ook doen! Nee, de Heer uw God verbiedt u dat.’ (Deut 12.30)

De Bijbel leert dat er één weg is om tot God te komen, namelijk het geloof in de Here Jezus. Wie in Hem gelooft en Zijn Naam belijdt wordt gered. Dit staat haaks op verlichting die men nastreeft in zowel boeddhisme alsook hindoeïsme. Deze verlichting wordt bereikt door geestelijke oefeningen zoals yoga. Elk element in yoga is dan ook gericht op het bereiken van deze verlichting; verlossing van de eindeloze cyclus van karma. Lichaamshouding, ademhalingsoefeningen, ontledigen van het denken en zelfs de positie van vingers. Eén van de kenmerkende handbewegingen die yoga typeren is bijvoorbeeld het zgn Gyan Mudra, waarbij de wijsvinger en duim worden verenigd. Deze beweging symboliseert de éénwording van het ‘Zelf’ met het universum, of atman met Brahman, waarbij de wijsvinger ‘atman’ is en de duim ‘Brahman.’

Brahman is niet de God van Abraham, Isaak en Jakob en wanneer we yoga beoefenen zal dit ons dan ook niet dichter bij de God van de Bijbel brengen, zelfs al zouden onze zintuigen anders doen geloven.

Foto’s vlnr: Rie geeft cursussen CrossYoga, naast en achter haar zie je de Bijbel. Gyan Mudra. Laurien illustreert het asana ‘de neerwaardse hond.’