Enneagram – ja of nee?

esoterisch meester George Gurdjieff stelde het enneagram te hebben ontvangen van Soefi’s

Het enneagram, wie kent het niet?  Het gedragsmodel is een geliefd instrument dat wordt gebruikt in coachingsessies, op teambuildingsdagen.. maar ook in toenemende mate in preken en bijbelstudiegroepjes. De vraag is, hoort het enneagram ook thuis in de kerk?

Het enneagram wordt uitgebeeld als een negenpuntige ster die wordt omvat door een cirkel. Elk van de punten heeft een nummer dat een persoonlijkheidstype vertegenwoordigt. Het enneagram zou mensen tot zelfkennis brengen waardoor ze zich beter zouden kunnen verhouden tot anderen. Men gaat er vanuit dat emotionele wonden uit de kindertijd hebben geleid tot het ontstaan van een ‘vals Zelf,’ waarvan men verlost dient te worden door verlichtende zelfkennis. Zo zou men niet alleen ‘zelf’ beter leren begrijpen, maar uiteindelijk ook God en de medegelovige.

Chris Heuertz is bestsellerauteur van de boeken ‘The Enneagram of Belonging’ en ‘The Sacred Enneagram.’ Heuertz omschrijft het enneagram als ‘een heilige routekaart voor onze zielen’ en ‘mogelijk het meest effectieve instrument voor persoonlijke bevrijding.’ Hij schrijft: ‘het enneagram onthult zowel de negen wegen waardoor we kunnen verdwalen, alsook de negen wegen waardoor we terug thuis kunnen komen bij ons Ware Zelf.’1 En ook Franciscaans pater en promotor Richard Rohr noemt het enneagram ‘een krachtig instrument voor zelfontdekking en geestelijke transformatie’ en een ‘belangrijke hulp in het verwerven van zelfkennis en ontwaken tot ons Ware Zelf.’2

Een komen tot het ware Zelf (‘ziel,’ ‘ātman,’ of ‘christus’) is in oosterse religies synoniem voor het komen tot ‘god,’ omdat ‘god’ voor hen synoniem is voor de menselijke ziel. Men streeft daarom naar zelfkennis waardoor verlichting kan worden bereikt. Het bereiken van verlichting is niet Bijbels en wordt door online yoga encyclopedie yogipedia omschreven als ‘belangrijk in hindoe, boeddhistische en yoga filosofie. Volgens de leringen van yoga is verlichting het doel van alle meditatie en yoga oefeningen – lichamelijk, mentaal of geestelijk. In boeddhisme wordt verlichting meestal gezien als een ontwaken tot de absolute Waarheid, die het verlichte individu vrijzet van de cyclus van reïncarnatie. Verlichting betekent onthullen of herinneren wat onze ware, oorspronkelijke aard is.’3

Dat het enneagram door christenen wordt gebruikt, wil niet zeggen dat het christelijk is. Niet alleen is verlichting tot het ware Zelf anders dan verlossing door Jezus, ook is de bron waaruit het enneagram geopenbaard werd duister.

Het enneagram werd voor het eerst onder de aandacht gebracht door Russisch filosoof en esoterisch meester George Gurdjieff, die kennis over het ‘heilig’ geometrisch model zou hebben ontvangen van Soefi mystici. Voor deze Soefi’s was ‘het enneagram belangrijk als middel voor waarzeggerij om toekomstige gebeurtenissen te voorspellen, maar ook als instrument voor het vertegenwoordigen van levensprocessen, zoals persoonlijke transformatie.’4 Gurdjieff propageerde het enneagram als een weg tot het verwerven van kosmisch bewustzijn. Zijn leerling Óscar Ichazo – die zelf was getraind in Zen, Soefisme, yoga, Boeddhisme, Confucianisme, I Tjing en Kabbala – zou in de woestijn een openbaring van ‘Metatron, de prins der aartsengelen’5 hebben gehad over het enneagram. Vanaf de zeventiger jaren begon hij het model op een meer systematische manier te onderwijzen, waarbij hij zijn ‘verborgen kennis’ koppelde aan negen persoonlijkheidstypen. Ichazo richtte de New Age cultus Arica op. Eén van zijn leerlingen was de Chileense psychiater Claudio Naranjo, die later claimde het enneagram zelf doormiddel van channeling6 te hebben ontvangen. Naranja introduceerde het in de populaire New Age gemeenschap Esalen Institute in Californië. Maar of het enneagram nu door Soefi’s, een engel of channeling werd geopenbaard, net als het doel is ook de oorsprong van het enneagram verre van Bijbels.

Toch worden ook christenen aangemoedigd om doormiddel van het enneagram zichzelf te leren kennen om zo hun eigen weg tot God te vinden; een weg die aansluit bij hun persoonlijkheid. Dit is erg aantrekkelijk omdat het aansluit bij wat wij zelf fijn vinden. Maar ‘ken uzelf’ is geen Bijbels gebod. Een zoektocht naar onszelf is eindig, omdat wijzelf eindig zijn. Wie we werkelijk zijn geeft dan ook geen antwoord op onze levensvragen. God is eeuwig en Hij zegt: ‘Bij Mij is raad en wijsheid. Ik ben Inzicht, bij Mij is kracht.’ (Spr 8.14)

Enneagram ja of nee? Ik zou zeggen ‘nee.’ Laten we er naar streven God te kennen en ons er in verblijden door Hem gekend te zijn!

Kijktip: interview met voormalig New Age gelovigen Marcia Montenegro en Doreen Virtue.

Plaatjes onder vlnr: worshipmuziek voor enneagram type 3, het moderne enneagram, Oscar Ichazo claimde het enneagram te hebben ontvangen van de engel ‘metatron,’

Welvaart in de verzoening

Want wat baat het een mens, als hij heel de wereld wint en aan zijn ziel schade lijdt? Of wat zal een mens geven als losprijs voor zijn ziel?

Mattheus 16.26 in de Bijbel

In het welvaartsevangelie wordt aan verlossing van zonde door Jezus’ kruisdood gemakshalve ook verlossing van ziekte en armoede toegevoegd; een soort all-in package dus. ‘Zonde, ziekte en armoede..  nooit zouden die drie gebieden ooit nog gezag over het leven van een gelovige mogen hebben,’1 aldus voorganger Bill Johnson. ‘Tweeduizend jaar geleden deed Jezus een aankoop.’.. ‘Hij besluit niet om mensen vandaag de dag niet te genezen. Het besluit tweeduizend jaar geleden wás om te genezen. De betaling was ofwel voldoende voor alle zonden, of voor geen enkele zonde. De betaling was ofwel voor alle ziekte, of voor geen enkele ziekte. Genezing en vergeving werken samen in de Schrift. Er is daarnaast een derde element en dat is het woord ‘armoede.’ En uhm, het woord ‘kwaad’ in het evangelie van Mattheus, als er staat ‘verlos ons van het kwaad,’ komt van het woord ‘pijn.’ En het woord ‘pijn’ komt eigenlijk van het woord ‘arm.’ Dus de penseelstreek van Gods verlossing was om af te rekenen met de wortel van zonde, de wortel van ziekte en de wortel van armoede.’2

Als Bijbelse onderbouwing voor het geloof dat de Here Jezus ons door Zijn kruisdood niet alleen verloste van zonde om ons met God de Vader te verzoenen, maar met die verzoening ook al in dit leven op aarde van een droomleven voorzag, wordt vaak Jesaja 53.5 aangehaald. ‘Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen.’ Predikers van het welvaarsevangelie zien genezing als een hier en nú te grijpen recht waarvoor al betaald is aan het kruis. Genezing, zo zeggen zij, is synoniem voor vergeving, maar ook bevrijding, redding en genezing. Maar is dat ook zo? Met de komst van zonde in het paradijs, kwam ook lichamelijke ziekte en dood in de wereld. Door Jezus’ verzoening wordt de schepping verlost van ziekte, dood en vergankelijkheid…  in de toekomst! Dat wil zeggen, wanneer Hij een nieuwe hemel en aarde schept! Dan zal ook ons lichaam worden ingeruild voor een onsterfelijk, onvergankelijk lichaam. (1 Kor 15.54)

Maar er is nog een ander soort ziekte, de ziekte van de ziel. Deze ziekte is geestelijk; het zijn onze overtredingen, het volgen van onze eigen weg of zoals God het ziet; onze ontrouw aan Hem. Deze ziekte van de ziel maakte ons geestelijk dood, in het hier en nu. Een voorbeeld van dit principe is terug te vinden in het Oude Testament, wanneer het afgedwaalde volk Israël onder leiding van koning Hizkia afrekent met afgoderij, weer terugkeert naar God en het paasfeest viert. Het volk reinigde zich, slachtte het paaslam en Hizkia bad: ‘laat de Heere, die goed is, verzoening doen voor hem die heel zijn hart erop gericht heeft om de God de Heere, de God van zijn vaderen, te zoeken, al was dat niet volgens de reinheid die past bij het heiligdom. En de Heere verhoorde Hizkia en genas het volk.’ (2 Kron 30.19,20) In Zijn genade genas Jezus deze ziekte van onze ziel (zonde) doordat God met Jezus’ kruisdood verzoening deed voor ons. Hij verloste ons van de eeuwige dood en maakte ons levend. (Ef 2.5)

Als we Jesaja 53 aan de hand van de Bijbel zelf bestuderen, kunnen we begrijpen wat God bedoelt. In 1 Petrus 2.24 wordt Jesaja 53.5 namelijk door Petrus geciteerd: ‘Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout, opdat wij, voor de zonden dood, voor de gerechtigheid zouden leven. Door Zijn striemen bent u genezen.’ Het Griekse woord dat Petrus gebruikt om genezing aan te duiden wordt in het Nieuwe Testament verder alleen in Lukas 4 genoemd: ‘De Geest van de Heere is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft; Hij heeft Mij gezonden om aan armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen wie gebroken van hart zijn, om aan gevangenen vrijlating te prediken en aan blinden het gezichtsvermogen, om verslagenen weg te zenden in vrijheid, om het jaar van het welbehagen van de Heere te prediken. (Luk 4:18,19)

Is Jezus als Zoon van God bij machte om te genezen en mogen wij Hem daarom vragen? Ja! ‘Is iemand onder u ziek? Laat hij dan de ouderlingen van de gemeente bij zich roepen en laten die voor hem bidden en hem met olie zalven in de Naam van de Heere.’ (Jak 5.14)

Belooft God ons met de verzoening door de kruisdood van Zijn Zoon dan geen genezing en rijkdom in het hier en nu? Nee.

Net zomin als dat armen sinds Jezus’ verzoenende offer ineens rijk werden en gevangenen ineens werden bevrijd, werden zieken niet ineens genezen, noch blinden ziende. Toen de Here Jezus op een ezelsveulen Jeruzalem binnenreed, dachten de gelovigen dat hij hen kwam redden van onderdrukking, maar.. Hij kwam niet om het koninkrijk naar wereldse maatstaven te brengen. Het goede nieuws voor de armen is niet dat Jezus kwam om alle financiële middelen eerlijk te verdelen, maar slaat op de rijkdom van het evangelie waarin Jezus ons heeft verrijkt met alle geestelijke zegeningen in de hemelse gewesten (Ef 1.3). Dit is goed nieuws voor onze arme ziel en niet persé onze portemonnee.

Je zondeloosheid belijden

Vanuit de Bijbel weten we dat we als mens allemaal grondig tekortschieten als we ons aan Gods wet afmeten. Dit is precies de reden voor onze nood aan het evangelie: hoezeer we zelf ook proberen juiste keuzes te maken, binnen de lijntjes kleuren en een ‘goed mens’ willen zijn, niemand is onschuldig in Gods ogen. Dit kan een deprimerende gedachte zijn, maar het goede nieuws is dat Jezus kwam voor de reiniging van zonde en vereffening van alle schuld! Als we onze zonden belijden ‘dan zal Hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en reinigen van alle kwaad.’ (1 Joh 1.9 NBV)

Word of Faith leraren als Joyce Meyer en ook gebedsbevrijder Neil Anderson geloven dat zonde een illusie is die gecorrigeerd moet worden in het denken. ‘Bedenk goed: wat je doet bepaalt niet wie je bent; wie je bent bepaalt wat je doet.’ ‘Zijn we zondaren? Helemaal niet,’ stelt Anderson. ‘Het is niet moeilijk te raden wat u zult doen als u zichzelf een zondaar noemt; u zult als een zondaar leven, u zult zondigen.’1 En ook bestseller auteur Joyce Meyer zegt: ‘Ik ben niet arm. Ik ben niet ellendig.  En, ik ben geen zondaar. Dat is een leugen uit de put van de hel. Dat is wat ik was, en als ik het nog steeds ben stierf Jezus tevergeefs. Ik ga jullie iets vertellen mensen. Ik stopte niet met zondigen totdat ik het eindelijk tot mijn hersenpan liet doordringen dat ik geen zondaar meer was. En de religieuze wereld denk dat dit een dwaalleer is en wil je er voor ophangen. Maar de Bijbel zegt dat ik rechtvaardig ben en ik kan niet gelijktijdig rechtvaardig en zondaar zijn.’2 In diezelfde lijn vindt ook gebedsgenezer Benny Hinn het heel belangrijk dat christenen ‘beseffen wie ze zijn.’ Hij zegt: ‘Vertel me niet dat je Jezus hebt. Jij bent alles dat Hij was en alles dat Hij is en alles dat Hij zal zijn. Zeg niet ‘ik heb.’ Zeg; ‘Ik ben, ik ben, ik ben, ik ben, ik ben. [..] Zeg niet, ‘ik ben een zondaar.’ De nieuwe schepping is geen zondaar. Ik ben de rechtvaardigheid van God in Christus.’3

Als Paulus had geweten wat bovengenoemde Word of Faith leraren weten had hij zichzelf niet ‘de voornaamste van de zondaars’ (1 Tim 1.15,16) hoeven noemen. Hij had Jezus niet hoeven aannemen als zijn Zondoffer, maar gewoon zijn gedachten kunnen vrijzetten van die ‘leugen uit de put van de hel’ om zichzelf zondeloos te namen en claimen. Ook wij zelf zouden zo niet meer dagelijks hoeven vragen ‘vergeef ons onze zonden,’ omdat we alleen maar zouden hoeven geloven en in geloof moeten uitspreken dat we van zonde vrij zijn. Het veranderen van onze gedachten ten aanzien van onszelf zou dan hetzelfde zijn als tot bekering komen. Maar God zegt: ‘als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons.’ (1 Joh 1.8) Er is wel degelijk een verschil tussen zonder zonde zijn of als rechtvaardige worden aangenomen omdat Jezus het oordeel voor onze zonden droeg.

Hoogleraar en historicus Wouter Hanegraaff deed uitgebreid onderzoek naar de New Age beweging en stelt in zijn boek New Age religion and Western Culture: ‘We hebben gezien dat er volgens de New Age religie geen kwaad bestaat, maar dat het geloof hierin in wezen negatieve gevolgen heeft.’ ‘Mensen worden niet gezien als fundamenteel gemankeerd door ‘zonde en schuld,’ waardoor redding alleen mogelijk wordt van buitenaf; liever is het geloof in het bestaan van zo’n fout de fout zelf.’ ‘Op een bepaalde manier is het door ons eigen geloof in ‘oorspronkelijke zonde’ dat we het leed in de wereld nodeloos toe doen nemen en een ‘negatief’ karma scheppen.4

Het systeem voor vergeving van zonde dat door Anderson en Meyer wordt gepredikt, is dat door het sterk geloof in een zondeloze natuur en het positief proclameren ervan, men daadwerkelijk zondeloos wordt. Proclameren, en in het bijzonder positief proclameren van zondeloosheid, neemt daarmee de rol over van het aan God belijden van onze zondigheid, waarmee ‘belijden’ een wel heel andere inhoud krijgt. Anderson gelooft dat het belangrijk is dat mensen geloven in dat goede, zondeloze zelf om van zonde bevrijd te kunnen worden. Hij stelt: ‘Als kind van God ben je niet slecht. Je kunt slechte dingen hebben gedaan, maar in de kern van je wezen is een verlangen om te doen wat goed is..’5 Jezus Zelf stelde echter: ‘niemand is goed behalve Eén, namelijk God.’(Luk 18.19) Hij schroomde niet om Zijn eigen discipelen ‘slecht’ te noemen, ook al deden ze goede dingen. (Luk 11.13) Maar, zegt Anderson, ‘De ik-persoon is in wezen goed. Hij stemt namelijk in met de wet van God.’6 Mocht Anderson gelijk hebben, dan is het belangrijk om goed aangesloten te zijn op de emotionele behoeften van de ik-persoon om te kunnen doen wat ‘ik’ wil. Dat zou dan de manier zijn om het goede te doen en Gods wet ten uitvoer te brengen. Als Jezus echter gelijk heeft en de ik-persoon slecht is, kunnen we diens wensen beter afleggen en ons laten leiden door Zijn Geest om Zíjn wil te doen.

‘Arglistig is het hart, boven alles, ja, ongeneeslijk is het, wie zal het kennen?’ (Jeremia 17.9)

Ik Ben affirmaties

Positieve affirmaties worden door New Agers als een krachtig instrument gezien om een verandering in het bewustzijn uit te werken. Het is hierbij belangrijk dat de boodschap niet een wens is of een vraag (zoals bij bidden!) maar een krachtige stelling, die in geloof wordt vrijgezet. Weifeling wordt gezien als ondermijnend voor de uitkomst.1 De reden dat men de naam ‘Ik Ben’ in deze statements gebruikt, is dat men gelooft dat dit de manier is om in te tappen in de zogenaamd goddelijke kern in henzelf die men ook wel ‘de christus’ of ‘het ware zelf’ noemt. Dit zou de krachtigste manier zijn om tot een ontwaakt christusbewustzijn te komen en zo de persoonlijkheid te herscheppen. ‘Affirmaties kunnen in stilte worden beoefend, hardop worden uitgesproken, op worden geschreven, of worden gezongen of gechant. Hun effect wordt vergroot door een staat van meditatieve ontspanning. Een typische New Age gelovige in affirmaties zal elke dag tijd vrij maken om affirmaties uit te voeren, bijvoorbeeld voor de spiegel of in de context van meditatieve oefeningen,’2 schrijft hoogleraar Wouter Hanegraaff in zijn boek New Age religion and Western Culture. Affirmaties worden overigens ook ‘vaak onmerkbaar verscholen’ in ontspannende muziek, waarbij de boodschap nog dieper binnendringt omdat deze het bewustzijn passeert.3

Hoewel het goed is om Gods waarheid te verkondigen en Zijn Woord te proclameren, is het wat anders om hiervoor een occulte techniek te gebruiken en om dit te doen om hiermee onze eigen wil ten uitvoer te brengen. De manier waarop de Bijbel ons leert bidden is door verlangens bij God bekend te maken. (Fil 4.6) Het besluit om deze verlangens al dan niet te vervullen, ligt bij God.

Zowel in het boek Overwinning op de duisternis als ook in zijn Weg naar bevrijding laat bevrijdingsleraar Neil Anderson gelovigen één of twee keer daags een lijst Ik Ben proclamaties hardop uit te spreken, zodat ze een bewustzijn ontwikkelen van hun ware identiteit ‘in Christus.’ De bewustwording van deze ware identiteit zou hen geestelijk volwassen maken, wat niet vreemd is wanneer je beseft dat dit bij Anderson hetzelfde is als je ware identiteit als kind van God kennen – ofwel christusbewustzijn ontwikkelen. ‘Hoe kunnen we geestelijk rijp worden, als we niet eerst een kind van God geworden zijn? Een christen kan zijn ware identiteit pas ontdekken en geestelijk volwassen worden, als hij deel heeft aan Gods natuur,’4 stelt hij. ‘Lees de twee lijsten met uitspraken over uw identiteit regelmatig door. Zie uzelf in die eigenschappen. Geloof ze en leef ernaar.’5 ‘Ik ben niet de grote ‘IK BEN’, maar door Gods genade ben ik wat ik ben.’6 Door het volgende overzicht, ‘Twintig keer: Ik kan,’ zullen we de almachtige God, in wie we ons vertrouwen hebben gesteld beter leren kennen. Als we de twintig stellingen in ons hoofd prenten, zullen we uit de neerslachtigheid getrokken worden en met Christus in de hemelse gewesten gezeten zijn.’7 Wat voor Christus geldt, geldt ook voor ons.’8 Het klinkt zo positief en zo Bijbels, maar het hele punt is dat we als christenen juist niet geloven dat wat ‘ik kan’ en wie ‘ik ben’ ons verlost en bevrijdt, maar enkel wat God kan en wat Jezus deed. In plaats van werkelijk te groeien in volwassenheid en afhankelijkheid van God, worden christenen op deze manier juist van Hem losgeweekt om volledig te vertrouwen op hun eigen zelf.

Wereldwijd bestsellerauteur en kerkleider Joel Osteen gebruikt soortgelijke Ik Ben proclamaties om een succesvol leven voor zichzelf af te dwingen. In zijn boek De Kracht van Ik Ben schrijft hij: ‘De hele dag door is de kracht van ‘Ik Ben’ aan het werk.’9 ‘Hierbij het principe: wat na het ‘Ik Ben’ komt, vindt jou.’10 ‘Je moet voorzichtig zijn met wat na het ‘Ik ben’ komt. Zeg nooit, ‘ik ben zo’n pechvogel. [..] Daarmee nodig je teleurstellingen uit. ‘Je moet een paar nieuwe uitnodigingen uitzenden; ‘Ik ben gezegend. Ik ben sterk. Ik ben getalenteerd.’ Als je op die manier praat, wordt talent door Almachtig God opgedragen: ‘Ga eropuit en vind die persoon.’ Gezondheid, kracht, overvloed en discipline zullen beginnen jouw kant op te komen.’11 Maar de Bijbel zegt: ‘Want als iemand iets denkt te zijn, terwijl hij niets is, bedriegt hij zichzelf.’ (Gal 6.3)

Hoewel Osteen claimt christen te zijn, gebruikt hij dezelfde Law of Attraction trucs als die New Agers, oosterse goeroes en motivational speakers gebruiken om mensen hun zelfbeeld te laten herscheppen. Als dat beeld ‘Christus’ is, scheppen zij ‘christus.’ Is dat beeld ‘God,’ dan scheppen zij ‘God.’ Zoals goeroe Sai Baba uitlegt: ‘ Denk God, wees God. Denk stof, wees stof. Zoals je denkt, zo zul je zijn.’

Om gebruik te maken van Ik ben affirmaties, moeten we Gods Naam misbruiken door die voor ons eigen gewin te gebruiken. ‘God zei tegen Mozes: IK BEN DIE IK BEN. Ook zei Hij: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: IK BEN heeft mij naar u toe gezonden. Toen zei God verder tegen Mozes: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: De HEERE, de God van uw vaderen, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob, heeft mij naar u toe gezonden. Dit is voor eeuwig Mijn Naam, dit is Mijn Naam ter gedachtenis, van generatie op generatie.’ (Ex 3.14,15) Daarnaast moeten we dingen die op God van toepassing zijn en niet onszelf, belijden. Ofwel, we worden aangezet tot liegen. (Deut 5.20) De door motivational speakers en ook bevrijdingsleraren gebruikte methode heeft niets met christendom te maken, maar alles met toverij. De achterflap van het boek Ik Ben van Jean Klein beschrijft: ‘Wat je al bent is het antwoord en de bron van de vraag. Hierin ligt de kracht tot transformatie.’12  Kleins techniek is gebaseerd op de hindoeïstische filosofie Advaita Vedanta en wordt veelal door New Agers gebruikt.

Foto’s: Screenshots van het lied ‘Who You Say I Am’ van Hillsong Worship

Impartatie

Impartatie is een term die in oosterse religies wordt gebruikt voor het overdragen van speciale gaven of krachten van een goeroe op diens volgeling. Ook in de kerk duikt deze term op, soms onder de naam ‘vallen in de geest.’

Hoewel het fenomeen niet in de Bijbel wordt vermeld of beschreven als uiterlijke bevestiging van een vervulling van gelovigen met de Heilige Geest, is dit wel de heersende gedachte in sommige kringen. Er wordt daarbij gesuggereerd dat een impartatie een daadwerkelijke aanraking is van Gods Geest en een vereiste voor het leven als christen. Dit geeft veel christenen onterecht het gevoel dat hen iets mankeert, terwijl legio christenen die krachtig gebruikt zijn in Gods Koninkrijk nooit notie hebben gemaakt van een dergelijke ervaring. De ervaring van het vallen in de geest wordt door hen verward met het vervuld zijn met de Heilige Geest.

Wat is impartatie of vallen in de geest? Een zogenaamd gezalfd persoon in de vorm van bijvoorbeeld een leider of spreker legt een ander de handen op, zodat deze persoon overweldigd door de geest krachteloos achterover op de grond valt. Andere keren wordt door hen ‘BAM,’ of ‘vúúr!’ geroepen of met bijvoorbeeld een colbert gezwaaid, waarna de menigte mensen achterover valt. De gevallenen zijn nu gezalfd. De meeste vallers raken even buiten bewustzijn om verder niets te merken en in ontspannen toestand op de vloer te blijven liggen, vanwaar de bijnaam ‘rusten in de geest’ of ‘tapijttijd.’ Weer anderen bewegen zich ongecontroleerd tollend of stuiptrekkend over de grond. Soms gaat de ervaring zelfs gepaard met een dierlijk brullen en blaffen, kronkelen, schudden, onverstaanbare en niet vertaalde tongentaal, visioenen zien of openbaringen krijgen.

In een poging om het vallen in de geest als zijnde een positief bijbels fenomeen te onderbouwen, worden teksten uit het Oude Testament aangehaald waarin mensen zich met hun aangezicht op de grond neerwerpen voor God. In al die gevallen gaat het echter om een handeling vanuit die mensen zelf en gaat het op geen enkele manier om God of Gods Geest die op hen valt. Het op knieën en aangezicht neervallen is een uiting van diep respect, aanbidding en vrijwillige onderwerping die in veel culturen nog steeds gangbaar is. In Lukas 5.12-16 kun je lezen over een melaatse die zich op dezelfde manier smekend op zijn aangezicht werpt voor de Here Jezus. Het is duidelijk dat de man nog bij zijn volle bewustzijn is als hij dit doet, omdat hij met Jezus in gesprek is. Het jezelf bewust voorover ter aarde werpen is dus op geen enkele manier te vergelijken met het krachteloos achterover vallen dat plaatsvindt bij het vallen in de geest.

Ook wordt de ervaring van ‘vallen in de geest’ soms verward met het handen opleggen dat door de apostelen werd gedaan. Zo wordt in Handelingen 8 en 19 beschreven hoe pasgelovigen door de apostelen de handen werd opgelegd voor ze met de Heilige Geest werden vervuld. Maar handen opleggen wordt in de Bijbel gedaan om zegenend te bidden of om door God gegeven gezag over te dragen. Nadat Jozua door God werd aangewezen als Mozes’ opvolger bijvoorbeeld, legde Mozes hem de handen op om hem zijn gezag over te dragen. Jozua werd vervuld met de geest van wijsheid omdat Mozes hem de handen op had gelegd. Hierdoor kon Jozua met gezag spreken en handelen. (Num 27.15-23, Deut 34.9) Jozua werd niet door Mozes op zijn voorhoofd aangeraakt om een bepaalde kracht of gave overgedragen te krijgen, zoals dit met de overdracht van occulte gaven door goeroes het geval is. Er wordt dan ook niet beschreven dat Jozua tegen de grond sloeg of dronken werd nadat Mozes hem aanraakte. Lukas beschrijft dat de Heilige Geest op de christenen viel met wie was gebeden en dat zij de Heilige Geest ontvingen door het opleggen van de handen van de apostelen, zoals destijds ook bij Jozua. Het is goed om te beseffen dat er staat dat de Geest -afhankelijk van de vertaling- op hen viel of over hen kwam. Ofwel, de Geest viel, en niet de gelovigen!

Dit vallen ván de Geest gebeurde vaak kort na het tot geloof komen en het gedoopt worden, maar vond alleen plaats bij gelovigen in Jezus. Niet bij omstanders. Journalist Mick Brown vertelt dat hij in Toronto in een samenkomst van Vineyard was toen mensen daar in de geest begonnen te vallen. Mick was er in zijn functie als journalist aanwezig, maar is zelf geen christen. Hij vertelt wat er gebeurde toen hem ineens een hand tegen zijn voorhoofd werd gelegd: ‘Ik voelde een tastbare schok door mij heen gaan en viel toen achterover, alsof mijn benen onder mij uit werden geschopt. Ik sloeg tegen de vloer – ik zweer je de waarheid – krom van het lachen.’1 Mick werd niet overtuigd van zonde, kwam niet tot geloof in de waarheid en is voor zover bekend nooit christen geworden.

In het boek Kundalini waarschuwing beschrijft christen Andrew Strom een treffende gelijkenis tussen de manier waarop  ‘het vuur van de Heilige Geest’ zou worden geïmparteerd door gezalfde kerkleiders en de manier waarop goeroes uit oosterse religies het kundalinivuur aan hun volgelingen overdragen. In beide gevallen wordt de begenadigde op het voorhoofd aangeraakt, waarna deze plotseling uiting geeft van een geest die in hen een verlicht bewustzijn teweeg brengt en die vaak bovennatuurlijke gaven uitwerkt. In het hindoeïsme staat dit fenomeen bekend als Shaktipat. Een voormalig discipel van een Shaktipat goeroe beschrijft hoe diens volgelingen zich na zo’n handoplegging begonnen te gedragen. ‘Uitingen behelsden onbeheersbaar lachen, brullen, blaffen, huilen, schudden, etc. Sommige aanbidders werden stil of bewusteloos. Velen voelden zichzelf doordrenkt worden met gevoelens van enorme vreugde en vrede en liefde.’2

De uitingen die door deze discipel worden beschreven zijn het typisch gevolg van wat onder hindoes het ontwaken van Kundalini en onder New Agers het ontwaken van een christusbewustzijn of het ontwaken van het ‘ware zelf’ wordt genoemd. Een spirituele verlichting die onder andere door aanraking van het voorhoofd in gang wordt gezet en waardoor bovennatuurlijke kracht wordt overgedragen. Uitingen van dit ontwaakte bewustzijn van het ‘ware zelf’ worden als volgt beschreven door goeroe Shri Yogãnandji Mahãrãja: ‘Wanneer je lichaam begint te trillen, je haar rechtop staat, je begint te lachen of begint te huilen zonder dat je het wenst, je tong misvormde geluiden begint te prevelen.. of je beangstigende visioenen begint te zien.. weet dat de Kundalini shakti is geactiveerd.. als bij het lopen je stappen majestueus of zoals bij dronkenschap falen, en je niet in staat bent iets anders te doen, en je graag stil blijft en het niet fijn vindt om te praten of anderen aan te horen, en je het gevoel hebt dronken te zijn van goddelijkheid, weet dan dat.. Kundalini, de kracht van Zelf, is geactiveerd.’3 Hoewel ook spirituele oefeningen als yoga een Kundalini ontwaken teweeg zouden brengen, is de snelste manier om tot dit ontwaakte christusbewustzijn te komen is door impartatie, oftwel Shaktipat.

Het gevoel van dronkenschap, onder invloed zijn, tegen de grond vallen, onbeheersbaar lachen, stuipen, huilen, schudden, misvormende geluiden spreken, stil of bewusteloos worden is dus een typisch gevolg van een ontwaakt godsbewustzijn dat ook door New Agers wordt nagestreefd en veel weg heeft van uitingen van de geest die door Toronto en in toenemende mate ook door Nederlandse kerken waait. Maar wie is deze Kundalinigeest en wat doet het? ‘Volgens hindoeïstische yogaleer, [is het] geestelijke energie aan de basis van de ruggenwervel, in de vorm van een slang (Hindoe godin Shakti), die opstijging naar het brein nastreeft om een psychoseksuele vereniging met de Hindoe god Shiva te vormen die resulteert in ‘verlichting.’4 De naam Shaktipat verwijst dan ook naar de afgod Shakti door en met wie een vereniging optreedt. Men gelooft dat mensen door deze verlichting verenigd worden met het goddelijke. Dit is iets anders dan verzoend worden met God door het verlossingswerk van Jezus.

De beschreven verlichting is een on-Bijbels proces dat een diepgaande transformatie van de persoonlijkheid5 teweegbrengt. In New Age kringen wordt dit het bereiken van de hoogste staat van bewustzijn, christusbewustzijn, genoemd.

Foto’s: impartaties onder hindoes en charismatici