Onderzoek of dingen zo zijn

Mensen die prediken uit Gods Woord zijn ons door God gegeven en we dienen hun gezag te eerbiedigen. Toch ontslaat dit ons niet van de plicht dat wat gepredikt wordt te toetsen aan de Bijbel. Gelovigen in Berea ‘ontvingen het Woord met grote bereidwilligheid en onderzochten dagelijks de Schriften om te zien of die dingen zo waren.’ (Handelingen 17)

Als jij iets hoort, toets jij dan ook om te zien of de dingen zo zijn?

Meer?

Toen Israël was verlost uit slavernij werd het volk door God gevoed met Brood uit de hemel. Maar Israël wilde meer. Ze wilden vlees, komkommers, meloenen.. Ze verzochten God door te blijven roepen: ‘we willen meer Heer, meer!’ Na veel geklaag gaf Hij hen wat ze wilden, maar ten koste van hun ziel. Zoals in Psalm 106 wordt beschreven: De vaderen ‘werden met gulzigheid bevangen in de woestijn; zij stelden God op de proef in de wildernis. Toen gaf Hij hun wat zij begeerden, maar henzelf [letterlijk: hun zielen] deed Hij uitteren.

Lieve medegelovige, laat je niet verleiden tot het idee dat je ‘meer’ nodig hebt. In de Here Jezus ben je gedoopt in de Heilige Geest en heb je vrij toegang tot de Vader. Door dagelijks gebed en het lezen van je Bijbel bouw je een relatie met Hem op. Diepgang in deze relatie ontstaat niet door enige zalving, niet door de speciale ‘vaderlijke zegen’ van een (buitenlandse) apostel en niet door aanraking van een medegelovige die genezingen en wonderen lijkt te kunnen verrichten.

Want het brood van God is Hij Die uit de hemel neerdaalt en aan de wereld het leven geeft.’ (Joh 6.27,29,33)  Jezus zei: ‘Ik ben het levende brood, dat uit de hemel neergedaald is; als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid.’ (Joh 6.51a)

Video: ‘Apostolische handoplegging’ voor hen die hongeren naar meer.

Bethel begrijpen

‘Okay, ik tel tot drie. Met drie schreeuw je met ons mee; één, twee, drie! Thou shalt not pass! In Jezus’ Naam.’

Een jaar geleden was te zien hoe een aantal nieuw apostolische leiders, waaronder Bill Johnson en Ché Ahn, uit Naam van God een ‘krachtige profetische handeling’ ten tonele brachten om zo de demon van racisme uit de kerk te verbannen. Actrice en voorganger Marylene Barrett werd uitgenodigd dit ritueel te leiden, naar aanleiding van een visioen dat ze had gehad over een scene uit de Lord of the Rings.

Nu gaan Bethels profetische handelingen vaker mijn begrip te boven, maar deze actie bleef mij intrigeren. Iets wat ik kerkleider Bill Johnson hoorde zeggen, trok mijn aandacht: ‘De meeste gelovigen leven van aarde naar de hemel, hopend en God smekende om in te grijpen in een problematische situatie.’ ‘Als ik niet anders leer kijken, zal ik God steeds blijven smeken om het probleem op te lossen, in plaats van te dienen in het gezag dat Hij mij gaf, om Hem te vertegenwoordigen om het probleem op te lossen.’1

Om te kunnen begrijpen wat Johnson zegt, is het handig te weten dat een kernleer die Bethel onderschrijft die van Dominionisme is: God heeft alleen ‘macht’ over hetgeen waar mensen hun ‘Godgegeven’ gezag uitoefenen door in te stemmen met ‘Zijn wil’ door deze te geloven en in geloof te belijden. God moet dus toestemming krijgen van de mens om in deze aardse dimensie te kunnen werken. Sterker nog, de mens zou dit gezag hebben gekregen en zijn taak verzuimen door dit niet te doen. Met de woorden van Bethel oudste Kris Vallotton: ‘God schiep een wereld waarin onze stem telt en waarin onze instemming met wat Hij doet nodig is om Zijn kracht in de wereld vrij te kunnen zetten.’2 Hetzelfde geldt ook voor de duivel en demonen: slechts in de mate waarin wij mensen zijn gedachtengoed toelaten, geven wij hem akkoord om te werken in ons leven. Met de woorden van Bill Johnson: ‘ik ontken zijn perspectief op dingen, zijn invloed. Ik ontken niet zijn bestaan, ik ontzeg hem een plaats van invloed.’3 Wanneer je dit concept begrijpt, snap je ook dat deze gelovigen zich ten doel stellen de wereld te transformeren. De belofte van een nieuwe hemel en nieuwe aarde, de belofte van een Messiaans Koninkrijk, kan alleen verwezenlijkt worden als de mens in actie komt.

Proclameren en verordenen – declaring and decreeing- is een centrale leer in Word of Faith theologie. Bill Johnson stelt: ‘We leven in de overtuiging dat niets in het koninkrijk gebeurt, zonder dat het eerst werd geproclameerd. Dus wat we doen is we nemen de kern van ‘de gedachten van God’ in een zaak, en dan maken we een verordening [‘decree’] van. Soms veranderen er dingen alleen maar omdat we het hebben verordend: ‘dit is niet het plan van God voor mijn leven, ik verwerp dit, je hebt geen plek.’ En er zijn situaties waar slechts een simpele verordening de zaak ten einde brengt.’4

Een voorbeeld hiervan is de gebedsgenezer die weigert afscheid te nemen van een terminaal zieke vriend, omdat dit ‘geloof in zijn hart’ ‘instemming’ zou bekekenen met de duivel, waardoor de duivel daadwerkelijk ‘rechtsgrond’ zou krijgen en de dood zelfs het gevolg zou kunnen zijn van deze ‘instemming met de duivel’ of zijn ongeloof. Een ander voorbeeld is ook de bewuste situatie van de profetische handeling vorig jaar met Gandalfs staf, waarbij men racisme ten einde poogt te brengen door proclamatie en verordenen. De volledige scene is online te zien (zie referenties), maar hieronder een verkorte versie:

Apostel Ché Ahn staat met een aantal NAR-leiders op het podium en zegt: ‘Okay, we gaan wat binden en ontbinden. En wat ik de afgelopen tien jaar heb geleerd is dat apostelen gezag hebben om te verordenen en te proclameren. Het is iets wat God geeft en wat ik heb op zoveel manieren uitwerking heb zien hebben. Voorganger Marlyne kreeg een visioen vlak voor dit event. En ze zag ons een profetische handeling uitvoeren die historisch zal zijn.’ Marlyne – gekleed in een witte omslagdoek – krijgt de microfoon en legt met een grote toverstaf in haar hand uit: ‘Eén van de films die me erg heeft geraakt is Lord of the Rings. Nou, als je Lord of the Rings kent, zal iedereen begrijpen wat ik in mijn hand heb. [..] Vanaf de vader op deze plek [Bill Johnson] gaan we de staf optillen. En gaan we de geest sommeren: niet alleen om weg te gaan, maar ‘he shall not pass.’ Je hebt gehoord dat apostel Silvosa zei dat je je deur moet zalven. Dus ik moedig je aan als je dit nog niet in de juiste volgorde hebt gedaan: je moet olie op je deur smeren, en dan naar voren lopen en deze handeling met ons herhalen, zodat de geest van racisme je huis zal verlaten..’  Apostel Ché Ahn tegen Marlyne: ‘ik denk dat het belangrijk is dat je je visioen van Gandalf met ons deelt.’ Marlyne Barrett: ‘Okay, dit gebeurt er dus in de gemeenschap – in the fellowship of the Ring – [wijst naar de leiders op het podium] [..] .. Gandalf beseft dat het énige dat deze demon zal stoppen is als hij er staat en het confronteert.. en zegt: dit is de grens! En de demon is in vol gezag, in de volle manifestatie van zijn tegenwoordigheid, en het brult tegen Gandalf. En Gandalf staat in zijn gezag tegenover de demon en zegt het.. [..] Dat gezag is waar we het over hebben, dat alleen vrij gezet kan worden door een apostolische verordening. Het gezag móet gegeven worden, en daarom onthulde ik wat we hoorden vanavond. Is dat helder?’ Apostel Ché Ahn: ‘laten we allemaal gaan staan, want jullie staan allemaal in het gezag, want jullie zijn allemaal koningen en priesters en we zijn allemaal een apostolisch volk. Dus als een apostolisch hoofd met het gezag dat God ons gegeven heeft, verordenen en proclameren [‘decree and declare’] we dat racisme ten einde zal komen, over zal zijn in de Ekklesia* vanaf deze avond, in Jezus’ machtige Naam.’ De groep apostolische leiders neemt de staf ter hand. Ché Ahn: ‘Laten we ‘m optillen en ‘m naar beneden knallen. Halleluja!’ Marlyne tegen het publiek: ‘laten we het samen zeggen: ‘thou shalt not pass!’ Amen.’ ‘We moeten het nog een keer doen, het is nodig dat jullie allemaal met ons instemmen! Okay, ik tel tot drie. Met drie schreeuw je met ons mee; één, twee, drie! Thou shalt not pass! In Jezus’ Naam.’5

Hoewel de Naam van de Here Jezus wordt gebruikt, durf ik te betwijfelen dat Hij er mee instemde. Kunnen we willekeurig wat geloven en belijden zodat het zal geschieden? Jezus leert ons de Vader te vragen dat Zijn wil geschiedde. Dit is synoniem voor onszelf afhankelijk maken van God. Maar Bill Johnson gelooft dat een ‘als het uw wil is’-type gebed krachteloos is.6 Hij stelt: ‘Ik kan niet bidden ‘als het Uw wil is’, want voor mij is dat een gebed van ongeloof.’7

Dus om de geloofskracht niet te ondermijnen wordt God niet gevraagd om Zijn wil, maar wordt ‘Zijn wil’ verondersteld en in geloof geproclameerd. Wat is dan die wil? ‘Simpel’ zeggen Word of Faith gelovigen, ‘Jezus leert ons: ‘Uw wil geschiedde zoals in de hemel ook op aarde’, dus leren Word of Faith predikers ‘Uw wil geschiedde: als in de hemel zo ook op aarde.’ Johnson stelt: ‘Wat is de wil van God? Het is wat er daar [in de ‘hemel’] aan de hand is, zou hier [op aarde] aan de hand moeten zijn. En wat er hier aan de hand is wat niet ook daar gaande is, moet stoppen. Dat is de opdracht. Het is niet ingewikkeld.’8 Leraren als Johnson geloven dat de hemel welvarend is, zonder armoede, ziekte en dus ook racisme. En dus zou de aarde ook zo moeten zijn. ‘Er zijn geen tumoren in de hemel,’ aldus Johnson, ‘en geloof brengt die werkelijkheid onze werkelijkheid binnen. Zou satan de hemel met tumoren willen treffen? Natuurlijk wil hij dat. Maar hij heeft er geen heerschappij. Hij heeft alleen hier heerschappij, wanneer en waar de mens het er mee eens is.’9

Dit is wat New Thought leider Annie Rix Militz een eeuw geleden ook leerde: ‘De wil van God in de Hemel brengt vrede en voorspoed, gezondheid en vrijheid. Wanneer de twijfel onze gedachten binnenkomt of ons gebed wel in overeenstemming is met Gods wil, laten we ons dan herinneren hoe Zijn wil gedaan wordt in de Hemel. Brengt de goddelijke wil gedaan in de Hemel ziekte of zorgen, armoede of dood voort? Nee. Dan zal Zijn wil gedaan op aarde dit niet voortbrengen.’10

Als die hemelse realiteit van vrede, liefde, welvaart, vrijheid eenmaal ‘gemanifesteerd’ is op aarde, is Gods Koninkrijk hier en nu, desnoods uit Naam van de Koning, zonder de aanwezigheid van die zelfde Koning.

‘Maar er zal één dag zijn, die de HEERE bekend zal zijn, geen dag en geen nacht. Het zal geschieden ten tijde van de avond dat het licht blijft. Op die dag zal het geschieden dat er levend water vanuit Jeruzalem zal stromen, de ene helft ervan naar de zee in het oosten en de andere helft ervan naar de zee in het westen: ’s zomers en ’s winters zal het plaatsvinden. De HEERE zal Koning worden over heel de aarde. Op die dag zal de HEERE de Enige zijn en Zijn Naam de enige.’ Zacharia 14:7-9

Foto’s: Marlene Barrett met apostolische leiders uit de NAR. Op de achtergrond de leus ‘Transformatie NU’

*Ekklesia is een Grieks woord voor de gemeenschap van gelovigen dat graag wordt gebruikt in NAR kringen.

Zaaien en oogsten in geloof

Een belangrijke doctrine die door welvaartspredikers wordt onderwezen is de ‘geestelijke wet’ van ‘zaaien en oogsten.’ Napoleon Hill was een prominent leraar in de New Thought beweging,1 een occulte beweging die de voorloper vormt voor New Age.2 Hij geloofde dat de economische crisis in de VS in de jaren dertig van de vorige eeuw het gevolg was van een wereldwijd ‘oogsten zonder te zaaien,’3 refererend aan Galaten 6.7. Hill ontwikkelde principes om rijk te worden door ‘te zaaien’ en zijn principes werden overgenomen door bekend welvaartsprediker Oral Roberts.4 Op zijn beurt leverde Oral Roberts een grote bijdrage aan het verspreiden van deze leer in de kerk. Hij onderwees dat ‘de goddelijke wet van de zaaier en de oogst’ door God werd ingesteld in Genesis 8.22. Roberts beschrijft de wet als volgt: ‘Om je je potentieel te verwezenlijken, om levensproblemen te overwinnen, om je leven vrucht te zien dragen [..] zou je moeten besluiten de goddelijke wet van de zaaier en de oogst te volgen. Zaai het zaad van Zijn beloften in de grond van jouw nood.’ En: ‘Als we een aantal dingen waar we goed in zijn, geloof, middelen en mogelijkheden nemen en we stoppen die in Hem, zoals een zaadje gezaaid wordt, krijgen we gegarandeerd een vruchtbare oogst.’5 Als je nood financieel is, is de oplossing simpelweg:  ‘Los je financiële noden op met financieel zaaigoed.’6

Dit New Thought principe van ‘zaaien en oogsten’ wordt ook nu nog onderwezen door welvaartspredikers, niet alleen in de VS, maar ook in Nederland: Men heeft een concrete schuld, een nood. Om het gewenste bedrag te kunnen ontvangen dient in geloof een geldbedrag gezaaid te worden in de akker van een vruchtbare christelijke bediening, zelfs als men dit bedrag eigenlijk niet kan missen. Dit is waar het op ‘geloof’ aankomt: geloof dat dit bedrag in veelvoud naar je zal terugkomen. De clausule is om een procent van het gewenste bedrag te zaaien zodat het honderdvoudige geoogst kan worden.

Eén van de Bijbelpassages die wordt gebruikt om dit verdienmodel te onderbouwen, is de gelijkenis van de zaaier. ‘Toen nu een grote menigte bijeenkwam en ze van alle steden naar Hem toe kwamen, zei Hij met een gelijkenis: Een zaaier ging eropuit om zijn zaad te zaaien. En toen hij zaaide, viel het ene deel langs de weg, en het werd vertrapt en de vogels in de lucht aten het op. En een ander deel viel op de rots, en toen het opgegroeid was, verdorde het door gebrek aan vocht. En een ander deel viel te midden van de dorens, en de dorens, die mee opgroeiden, verstikten het. En een ander deel viel in de goede aarde en toen het opgegroeid was, bracht het honderdvoudige vrucht voort.’ (Luk 6.4-8) En ook Markus 10,29,30: ‘Voorwaar, Ik zeg u: er is niemand die huis of broers of zusters of vader of moeder of vrouw of kinderen of akkers verlaten heeft omwille van Mij en om het Evangelie, of hij ontvangt honderdvoudig, nu in deze tijd, huizen en broeders en zusters en moeders en kinderen en akkers, met vervolgingen, en in de wereld die komt, het eeuwige leven.’ Het punt in de gelijkenis van de zaaier is dat het zaad hier het Woord van God is (Luk 6.11) en niet een in geloof gegeven geldbedrag, de akker in deze gelijkenis is ons hart, niet een vruchtbare christelijke bediening. Eigenlijk heeft deze gelijkenis helemaal niets met financiën van doen. Toch is dit wat de welvaartsprediker leert: ‘De manier om dit [een schuld] op te lossen is een zaadje te zaaien, want je zaait jezelf uit de schuld,’ aldus Benny Hinn. ‘Ik vraag velen van jullie om $120 te zaaien. Weet je waarom?’ onderbouwt Hinn: ‘Het getal honderdtwintig is het getal van bevrijding en vrijheid: honderdtwintig dagen was Noach in de ark, dat betekent het einde van het oordeel en het begin van zegeningen. Honderdtwintig bazuinen in het oude verbond. Honderdtwintig in het bovenvertrek.’7 Tja.

Daarnaast zijn ook Galaten 6.7 en 2 Korinthe 9.6  graag gebruikte Bijbelteksten: ‘..want wat de mens zaait, zal hij ook oogsten’ en ‘wie karig zaait, zal ook karig oogsten; en wie zegenrijk zaait, zal ook zegenrijk oogsten.’ De eerste tekst heeft betrekking tot het vlees en de Geest: wanneer een christen zaait in het vleselijke (hebzucht, haat, jaloezie), oogst men bederf, zaait men in de Geest, oogst men eeuwig leven- vers 8. Opnieuw geen financieel zaadje en ook geen akker van een christelijke bediening. In de tweede Bijbeltekst kan het zaaigoed wel een geldbedrag vertegenwoordigen, maar is de oogst Gods zegen.

Naast het feit dat dit zaaien en oogsten principe niet Bijbels te onderbouwen is, is het tenminste typisch te noemen dat predikers van deze Word of Faith doctrine hun toehoorders aanmoedigen om te zaaien in de akker van hun eigen bediening. Die bediening staat dan gelijk aan Gods koninkrijk. Als men zaait verzamelt men niet alleen een oogst, maar krijgt men ook toegang tot bepaalde privileges, zoals de belofte van persoonlijk gebed door de prediker, het ontvangen van materiaal zoals boeken, proclamatiekaarten en goodies, die in essentie worden betaald door schapen uit de kudde die hun financiële zaadjes eerder al toevertrouwden aan de welvaartsprediker.

Heeft u een nood? Maak die in de eerste plaats aan God bekend in gebed. ‘Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God.’ (Fil 4.6) ‘Maar mijn God zal u, overeenkomstig Zijn rijkdom, voorzien van alles wat u nodig hebt, in heerlijkheid, door Christus Jezus.’ (Fil 4.19) Zoek zo nodig steun bij een medegelovige.

Wilt u iets aan God geven? Gods koninkrijk kent geen ‘voor wat hoort wat’: als we willen geven, geven we blijmoedig, niet met de verwachting terug te krijgen, anders zou het geen gift zijn. Met niets kwamen wij in deze wereld en met niets zullen we hier weer vertrekken (1 Tim 6); alles dat we hebben kregen wij van God. Het beste offer dat wij kunnen brengen is ons overgegeven leven, gehoorzaamheid aan God. (1 Sam 15.22)

Foto’s: oogsttijd Ethiopië, linksonder Think and Grow Rich van Napoleon Hill, rechtsonder tijdschrift Abundant Life van Oral Roberts

Bevrijd of beschadigd?

De eerste ervaring die ik zelf had met bevrijding was in 2006, toen ik in navolging van een groot deel van de gemeente waar ik deel van uit maakte het vermaarde ‘zeven-stappen-plan’ van Neil Anderson doorliep. Het stappenplan werd sterk aanbevolen als een volgende stap in het geloofsleven en een ‘geestelijke check-up’ om te zien of er nog verborgen terreinen zouden zijn waarover de duivel gezag zou hebben. In een aantal gesprekken beleed ik mijn zonden en in een eindgebed werden demonen geconfronteerd. Hoewel ik de begeleiding als vriendelijk ervoer, voelde ik mij in het eindgebed enigszins onder druk gezet, oa. om pijnlijke herinneringen waar ik op dat moment geen last van had boven te laten halen. Daarnaast werden duistere machten die mijn vader lange tijd ernstig ziek zouden houden met veel poeha door een ‘hoofdconfrontator’ de deur gewezen: nu zou hij ‘genezen’ en ‘vrij’ zijn. Mijn vader verkeerde op dat moment al in slechte conditie, dus helemaal onverwacht was zijn overlijden niet. Toch trof het mij dat hij na een ziekbed van zestien jaar precies twee dagen na dit bevrijdingsgebed stierf.

De emotionele bagage die het bevrijdingsgebed achterliet was grotendeels voor mijzelf om te dragen. De onbeantwoorde vragen ook: had ik niet genoeg geloofd in mijn vaders bevrijding van ziekte? Moest ik deze genezing en bevrijding misschien symbolisch zien, met de dood als ultieme verwezenlijking hiervan?

In de loop van mijn christelijk leven kreeg ik terloops ervaringen te horen van mensen die te maken hadden gehad met het fenomeen ‘bevrijding’, meestal niet positief. Een aantal wil ik er delen, waarbij de namen gefingeerd zijn, de ervaringen niet.

  • Arjen werd als kind erg gepest en plaste lange tijd in bed. Zijn ouders weten het bedplassen aan stripboeken die hij las en die door zijn ouders occult werden bevonden. In plaats van hulp bieden voor zijn emotionele last, werd er sterk gebeden tegen occulte machten die nu in (het leven van) Arjen hun intrede zouden hebben gedaan. Arjen gelooft als volwassene nog in God, maar wil niets meer met de kerk te maken hebben.
  • Krista was betrokken bij bevrijdingspastoraat en onderging ook zelf diverse bevrijdingssessies. Ze zag mensen steeds voor dezelfde problemen terugkomen: deze christenen vonden geen vrijheid, maar bleven het bevrijdingspastoraat toch als dé remedie zien, waardoor zij eigenlijk nooit verder kwamen dan hun eigen (vermeende) nood aan bevrijding en counseling. Zelf onderging Krista verschillende bevrijdingssessies. Sinds ze hier mee gestopt is, speelt hetgeen ze last van had vrijwel geen rol meer in haar leven.
  • Marjon had problematische zwangerschappen en werd als kind seksueel misbruikt. Tijdens bevrijdingssessies werden demonen uit haar geslachtsorganen ‘uitgedreven’ die de oorzaak zouden zijn geweest van de problematisch verlopende zwangerschappen. De uitdrijvingen zijn emotioneel erg beschadigend geweest.
  • Freek was een erg depressieve tiener, tot suïcidale gedachten aan toe. Zijn geboorte verliep moeizaam. Er werd sterk gebeden tegen de ‘doodsgeest’ die tijdens zijn geboorte intrede zou hebben gedaan en nu verantwoordelijk was voor de depressie.
  • Joyce werd op een christelijk kinderkamp niet berispt of in de hoek gezet toen zij ongehoorzaam was, maar onder handoplegging werd bij haar de ‘geest van rebellie’ uitgedreven. Niet alleen voelde zij zich ‘slecht’, ook voelde zij zich een kind van de duivel. Joyce is geen christen meer.
  • Mijn vader -zie hierboven – werd gevraagd geslachtslijnen uit te pluizen en de ‘zonden van zijn voorvaderen’ te achterhalen en te belijden. Als deze ‘geslachtslijnen’ ‘vrij zouden zijn gebeden’ zou lichamelijke genezing volgen. In de loop van de jaren hebben veel mensen trouw voor mijn vader gebeden. Hij overleefde veel prognoses en ik ben God dankbaar voor zijn aanwezigheid in mijn leven. Toch trad er geen genezing op, ook niet na zijn belijdenis van de zonden van het voorgeslacht.

Het deed mij plaatsvervangend pijn om deze verhalen op te schrijven. De reden dat ik dit toch doe is omdat ik geloof dat deze ervaringen slechts een topje van de ijsberg betreffen en er tegelijk weinig over wordt gesproken. Mogelijk omdat het bespreken van zonden en nare herinneringen zoals gebruikelijk is in dit soort sessies, kwetsbaar maakt, gevoelig voor misbruik zelfs. Als u als lezer een evangelisch-charismatische achtergrond hebt, is het waarschijnlijk dat u uw eigen verhaal hier aan kunt toevoegen.

Zoals ik eerder schreef geloof ik dat demonen en de duivel net zo goed werkelijkheid zijn als het bestaan van God. Ook geloof ik dat christenen medegelovigen met de beste intenties door dit soort sessies laten gaan. Maar ik geloof ook dat er veel kanttekeningen te plaatsen zijn bij exorcisme en bevrijdingspastoraat. Het ‘pastorale’ aspect van dit zogenaamde pastoraat is hier één van.

Als u christen bent mag u weten dat u een tempel van de Heilige Geest bent. God is een jaloers God en deelt deze ruimte niet met een ander; zeker niet met demonen.

In onderstaande video zet Rudi Hakvoort helder uiteen waarom bevrijdingspastoraat zoals het nu door veel kerken wordt beoefend, niet Bijbels is. De video duurt net iets langer dan een uur, maar is de moeite van het kijken meer dan waard. Mijn advies zou zijn: denk goed na voordat je jezelf de handen op laat leggen of door een stappenplan laat loodsen voor bevrijding. Zoek verlichting van je lasten en verlossing van je zondelast in de eerste plaats in gebed bij God. Hij geeft om niet.

‘Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten. Nader tot God, en Hij zal tot u naderen.’ (Jakobus 4.7,8a)