Yoga én Jezus?

Sinds een paar jaar is de interesse voor yoga ook binnen de kerk sterk toegenomen. Veel christenen denken dat ze er voor kunnen kiezen de typische lichaamshoudingen en ademhalingsoefeningen gewoon te doen zonder dat het proces van verlichting dat met yoga wordt nagestreefd hen hierbij raakt. Het is alsof zij geloven dat je een sinaasappel kunt eten alleen voor de vitaminen en je er daarbij voor kunt kiezen geen suiker binnen te krijgen. Maar kunnen christenen aan yoga doen zonder dat dit iets met hun geestelijk leven doet?

Rie Frilund Skårhøj uit Denemarken geeft online cursussen in christelijke yoga, ‘CrossYoga’ genaamd. Ook heeft ze een YouTube kanaal waarin ze haar volgers de principes van het christelijk klinkend ‘Maranatha yoga’ bijbrengt of les geeft rond thema’s als pasen of het evangelie van Marcus. Ze schrijft: ‘CrossYoga is Christus gecentreerde yoga of ‘christelijke yoga.’ We gebruiken verschillende stijlen. CrossYoga is gebaseerd op het christelijk geloof.’1

Ook Laurien is docente christelijke yoga. Aan haar volgers leert ze de lichamelijke pose (asana) ‘de neerwaardse hond.’ Ze promoot het asana als een oefening met lichamelijke voordelen: ‘de neerwaartse hond, een pose die we in een yogaflow veel doen! Een houding die je bloedcirculatie bevordert, een positieve invloed heeft op je hormonen (en stress want hormonen en stress gaan vaak hand in hand!) en door het op z’n kop staan worden afvalstoffen beter afgevoerd in je lichaam.’2

Deze ‘neerwaardse hond’ pose wordt door Indiase yogi echter niet als puur fysieke oefening gezien, omdat het onderdeel uitmaakt van de Zonnegroet (zie Job 31.27): een belangrijke ode aan de zonnegod Surya. Yogapedia schrijft over de ‘neerwaardse hond’: ‘Van oorsprong wordt van deze asana geloofd dat het een aantal chakra’s activeert, zoals het manipura en ajna chakra.’3

Dat yoga niet slechts een set van lichamelijke oefeningen is, maar deel uitmaakt van een bredere filosofie, een pad tot verlichting en vorm van aanbidding waarbij het religieuze niet van het fysieke kan worden gescheiden, onderschrijft ook prof. Subhas Tiwari. In het artikel Yoga Renamed Is Still Hindu uit Hinduism Today schrijft hij: ‘Het simpele, onveranderlijke feit is dat yoga haar oorsprong vindt in de Vedische of hindoeïstische cultuur. Haar technieken werden niet overgenomen door het hindoeïsme, maar komen er uit voort. [..] De poging om yoga van hindoeïsme te scheiden moet ter discussie worden gesteld, want het gaat tegen de fundamentele principes in waarop yoga is gebaseerd, de yama’s (verboden) en niyama’s (geboden). [..] Pogingen om yoga te scheiden van haar geestelijke kern getuigt van onwetendheid over het doel van yoga.’4

Laurien ontkent de geestelijke dimensie van yoga ook niet. Net als hindoeïstische beoefenaars van yoga gelooft ze dat yoga verbindt met het goddelijke. Ze schrijft: ‘Door lichamelijke oefeningen, ademhalingstechnieken en het bewust stilstaan bij jezelf en je lichaam, helpt yoga je om dichter bij jezelf te komen en tot God!’

Nu is de vraag: met wélke God verbindt yoga? De Bijbelse manier om tot God te komen is namelijk door simpel gebed en het lezen van de Bijbel, en niet het doen van lichamelijke oefeningen, ademhalingstechnieken en stilstaan bij jezelf. Het hindoeïstisch concept van het goddelijke is pantheïstisch, het is de projectie van goden op het ‘zelf’, het goddelijke in anderen en in de kosmos, die samen de verschillende aspecten van Brahman vertegenwoordigen. Het goddelijke is geen Persoon, maar een bewustzijn. Door yoga wordt men verlicht: een overweldigende ervaring van ‘ik ben’, ‘alles is één’, ‘alles is god’ en ‘ik ben één met alles.’ Dit is het bereiken van een zgn. godbewustzijn. Wanneer het godsbeeld van iemand Krishna is, dan spreekt men van Krishnabewustzijn, is dit Christus, dan komt men tot een christusbewustzijn. Zoals je ziet kan willekeurig welk concept van goddelijkheid zo gebruikt worden om ‘dichter bij God’ te komen, zodat ook Jezus een plekje krijgt in yoga.

In de Bijbel wordt geen pragmatische toets gebruikt als het aankomt op het overnemen van gebruiken uit andere religies. Voor God is dit zonde. ‘Vraag u niet af: Hoe hebben die volken hun goden vereerd? Zo willen wij het ook doen! Nee, de Heer uw God verbiedt u dat.’ (Deut 12.30)

De Bijbel leert dat er één weg is om tot God te komen, namelijk het geloof in de Here Jezus. Wie in Hem gelooft en Zijn Naam belijdt wordt gered. Dit staat haaks op verlichting die men nastreeft in zowel boeddhisme alsook hindoeïsme. Deze verlichting wordt bereikt door geestelijke oefeningen zoals yoga. Elk element in yoga is dan ook gericht op het bereiken van deze verlichting; verlossing van de eindeloze cyclus van karma. Lichaamshouding, ademhalingsoefeningen, ontledigen van het denken en zelfs de positie van vingers. Eén van de kenmerkende handbewegingen die yoga typeren is bijvoorbeeld het zgn Gyan Mudra, waarbij de wijsvinger en duim worden verenigd. Deze beweging symboliseert de éénwording van het ‘Zelf’ met het universum, of atman met Brahman, waarbij de wijsvinger ‘atman’ is en de duim ‘Brahman.’

Brahman is niet de God van Abraham, Isaak en Jakob en wanneer we yoga beoefenen zal dit ons dan ook niet dichter bij de God van de Bijbel brengen, zelfs al zouden onze zintuigen anders doen geloven.

Foto’s vlnr: Rie geeft cursussen CrossYoga, naast en achter haar zie je de Bijbel. Gyan Mudra. Laurien illustreert het asana ‘de neerwaardse hond.’

Je zondeloosheid belijden

Vanuit de Bijbel weten we dat we als mens allemaal grondig tekortschieten als we ons aan Gods wet afmeten. Dit is precies de reden voor onze nood aan het evangelie: hoezeer we zelf ook proberen juiste keuzes te maken, binnen de lijntjes kleuren en een ‘goed mens’ willen zijn, niemand is onschuldig in Gods ogen. Dit kan een deprimerende gedachte zijn, maar het goede nieuws is dat Jezus kwam voor de reiniging van zonde en vereffening van alle schuld! Als we onze zonden belijden ‘dan zal Hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en reinigen van alle kwaad.’ (1 Joh 1.9 NBV)

Word of Faith leraren als Joyce Meyer en ook gebedsbevrijder Neil Anderson geloven dat zonde een illusie is die gecorrigeerd moet worden in het denken. ‘Bedenk goed: wat je doet bepaalt niet wie je bent; wie je bent bepaalt wat je doet.’ ‘Zijn we zondaren? Helemaal niet,’ stelt Anderson. ‘Het is niet moeilijk te raden wat u zult doen als u zichzelf een zondaar noemt; u zult als een zondaar leven, u zult zondigen.’1 En ook bestseller auteur Joyce Meyer zegt: ‘Ik ben niet arm. Ik ben niet ellendig.  En, ik ben geen zondaar. Dat is een leugen uit de put van de hel. Dat is wat ik was, en als ik het nog steeds ben stierf Jezus tevergeefs. Ik ga jullie iets vertellen mensen. Ik stopte niet met zondigen totdat ik het eindelijk tot mijn hersenpan liet doordringen dat ik geen zondaar meer was. En de religieuze wereld denk dat dit een dwaalleer is en wil je er voor ophangen. Maar de Bijbel zegt dat ik rechtvaardig ben en ik kan niet gelijktijdig rechtvaardig en zondaar zijn.’2 In diezelfde lijn vindt ook gebedsgenezer Benny Hinn het heel belangrijk dat christenen ‘beseffen wie ze zijn.’ Hij zegt: ‘Vertel me niet dat je Jezus hebt. Jij bent alles dat Hij was en alles dat Hij is en alles dat Hij zal zijn. Zeg niet ‘ik heb.’ Zeg; ‘Ik ben, ik ben, ik ben, ik ben, ik ben. [..] Zeg niet, ‘ik ben een zondaar.’ De nieuwe schepping is geen zondaar. Ik ben de rechtvaardigheid van God in Christus.’3

Als Paulus had geweten wat bovengenoemde Word of Faith leraren weten had hij zichzelf niet ‘de voornaamste van de zondaars’ (1 Tim 1.15,16) hoeven noemen. Hij had Jezus niet hoeven aannemen als zijn Zondoffer, maar gewoon zijn gedachten kunnen vrijzetten van die ‘leugen uit de put van de hel’ om zichzelf zondeloos te namen en claimen. Ook wij zelf zouden zo niet meer dagelijks hoeven vragen ‘vergeef ons onze zonden,’ omdat we alleen maar zouden hoeven geloven en in geloof moeten uitspreken dat we van zonde vrij zijn. Het veranderen van onze gedachten ten aanzien van onszelf zou dan hetzelfde zijn als tot bekering komen. Maar God zegt: ‘als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons.’ (1 Joh 1.8) Er is wel degelijk een verschil tussen zonder zonde zijn of als rechtvaardige worden aangenomen omdat Jezus het oordeel voor onze zonden droeg.

Hoogleraar en historicus Wouter Hanegraaff deed uitgebreid onderzoek naar de New Age beweging en stelt in zijn boek New Age religion and Western Culture: ‘We hebben gezien dat er volgens de New Age religie geen kwaad bestaat, maar dat het geloof hierin in wezen negatieve gevolgen heeft.’ ‘Mensen worden niet gezien als fundamenteel gemankeerd door ‘zonde en schuld,’ waardoor redding alleen mogelijk wordt van buitenaf; liever is het geloof in het bestaan van zo’n fout de fout zelf.’ ‘Op een bepaalde manier is het door ons eigen geloof in ‘oorspronkelijke zonde’ dat we het leed in de wereld nodeloos toe doen nemen en een ‘negatief’ karma scheppen.4

Het systeem voor vergeving van zonde dat door Anderson en Meyer wordt gepredikt, is dat door het sterk geloof in een zondeloze natuur en het positief proclameren ervan, men daadwerkelijk zondeloos wordt. Proclameren, en in het bijzonder positief proclameren van zondeloosheid, neemt daarmee de rol over van het aan God belijden van onze zondigheid, waarmee ‘belijden’ een wel heel andere inhoud krijgt. Anderson gelooft dat het belangrijk is dat mensen geloven in dat goede, zondeloze zelf om van zonde bevrijd te kunnen worden. Hij stelt: ‘Als kind van God ben je niet slecht. Je kunt slechte dingen hebben gedaan, maar in de kern van je wezen is een verlangen om te doen wat goed is..’5 Jezus Zelf stelde echter: ‘niemand is goed behalve Eén, namelijk God.’(Luk 18.19) Hij schroomde niet om Zijn eigen discipelen ‘slecht’ te noemen, ook al deden ze goede dingen. (Luk 11.13) Maar, zegt Anderson, ‘De ik-persoon is in wezen goed. Hij stemt namelijk in met de wet van God.’6 Mocht Anderson gelijk hebben, dan is het belangrijk om goed aangesloten te zijn op de emotionele behoeften van de ik-persoon om te kunnen doen wat ‘ik’ wil. Dat zou dan de manier zijn om het goede te doen en Gods wet ten uitvoer te brengen. Als Jezus echter gelijk heeft en de ik-persoon slecht is, kunnen we diens wensen beter afleggen en ons laten leiden door Zijn Geest om Zíjn wil te doen.

‘Arglistig is het hart, boven alles, ja, ongeneeslijk is het, wie zal het kennen?’ (Jeremia 17.9)