Bevrijd of beschadigd?

De eerste ervaring die ik zelf had met bevrijding was in 2006, toen ik in navolging van een groot deel van de gemeente waar ik deel van uit maakte het vermaarde ‘zeven-stappen-plan’ van Neil Anderson doorliep. Het stappenplan werd sterk aanbevolen als een volgende stap in het geloofsleven en een ‘geestelijke check-up’ om te zien of er nog verborgen terreinen zouden zijn waarover de duivel gezag zou hebben. In een aantal gesprekken beleed ik mijn zonden en in een eindgebed werden demonen geconfronteerd. Hoewel ik de begeleiding als vriendelijk ervoer, voelde ik mij in het eindgebed enigszins onder druk gezet, oa. om pijnlijke herinneringen waar ik op dat moment geen last van had boven te laten halen. Daarnaast werden duistere machten die mijn vader lange tijd ernstig ziek zouden houden met veel poeha door een ‘hoofdconfrontator’ de deur gewezen: nu zou hij ‘genezen’ en ‘vrij’ zijn. Mijn vader verkeerde op dat moment al in slechte conditie, dus helemaal onverwacht was zijn overlijden niet. Toch trof het mij dat hij na een ziekbed van zestien jaar precies twee dagen na dit bevrijdingsgebed stierf.

De emotionele bagage die het bevrijdingsgebed achterliet was grotendeels voor mijzelf om te dragen. De onbeantwoorde vragen ook: had ik niet genoeg geloofd in mijn vaders bevrijding van ziekte? Moest ik deze genezing en bevrijding misschien symbolisch zien, met de dood als ultieme verwezenlijking hiervan?

In de loop van mijn christelijk leven kreeg ik terloops ervaringen te horen van mensen die te maken hadden gehad met het fenomeen ‘bevrijding’, meestal niet positief. Een aantal wil ik er delen, waarbij de namen gefingeerd zijn, de ervaringen niet.

  • Arjen werd als kind erg gepest en plaste lange tijd in bed. Zijn ouders weten het bedplassen aan stripboeken die hij las en die door zijn ouders occult werden bevonden. In plaats van hulp bieden voor zijn emotionele last, werd er sterk gebeden tegen occulte machten die nu in (het leven van) Arjen hun intrede zouden hebben gedaan. Arjen gelooft als volwassene nog in God, maar wil niets meer met de kerk te maken hebben.
  • Krista was betrokken bij bevrijdingspastoraat en onderging ook zelf diverse bevrijdingssessies. Ze zag mensen steeds voor dezelfde problemen terugkomen: deze christenen vonden geen vrijheid, maar bleven het bevrijdingspastoraat toch als dé remedie zien, waardoor zij eigenlijk nooit verder kwamen dan hun eigen (vermeende) nood aan bevrijding en counseling. Zelf onderging Krista verschillende bevrijdingssessies. Sinds ze hier mee gestopt is, speelt hetgeen ze last van had vrijwel geen rol meer in haar leven.
  • Marjon had problematische zwangerschappen en werd als kind seksueel misbruikt. Tijdens bevrijdingssessies werden demonen uit haar geslachtsorganen ‘uitgedreven’ die de oorzaak zouden zijn geweest van de problematisch verlopende zwangerschappen. De uitdrijvingen zijn emotioneel erg beschadigend geweest.
  • Freek was een erg depressieve tiener, tot suïcidale gedachten aan toe. Zijn geboorte verliep moeizaam. Er werd sterk gebeden tegen de ‘doodsgeest’ die tijdens zijn geboorte intrede zou hebben gedaan en nu verantwoordelijk was voor de depressie.
  • Joyce werd op een christelijk kinderkamp niet berispt of in de hoek gezet toen zij ongehoorzaam was, maar onder handoplegging werd bij haar de ‘geest van rebellie’ uitgedreven. Niet alleen voelde zij zich ‘slecht’, ook voelde zij zich een kind van de duivel. Joyce is geen christen meer.
  • Mijn vader -zie hierboven – werd gevraagd geslachtslijnen uit te pluizen en de ‘zonden van zijn voorvaderen’ te achterhalen en te belijden. Als deze ‘geslachtslijnen’ ‘vrij zouden zijn gebeden’ zou lichamelijke genezing volgen. In de loop van de jaren hebben veel mensen trouw voor mijn vader gebeden. Hij overleefde veel prognoses en ik ben God dankbaar voor zijn aanwezigheid in mijn leven. Toch trad er geen genezing op, ook niet na zijn belijdenis van de zonden van het voorgeslacht.

Het deed mij plaatsvervangend pijn om deze verhalen op te schrijven. De reden dat ik dit toch doe is omdat ik geloof dat deze ervaringen slechts een topje van de ijsberg betreffen en er tegelijk weinig over wordt gesproken. Mogelijk omdat het bespreken van zonden en nare herinneringen zoals gebruikelijk is in dit soort sessies, kwetsbaar maakt, gevoelig voor misbruik zelfs. Als u als lezer een evangelisch-charismatische achtergrond hebt, is het waarschijnlijk dat u uw eigen verhaal hier aan kunt toevoegen.

Zoals ik eerder schreef geloof ik dat demonen en de duivel net zo goed werkelijkheid zijn als het bestaan van God. Ook geloof ik dat christenen medegelovigen met de beste intenties door dit soort sessies laten gaan. Maar ik geloof ook dat er veel kanttekeningen te plaatsen zijn bij exorcisme en bevrijdingspastoraat. Het ‘pastorale’ aspect van dit zogenaamde pastoraat is hier één van.

Als u christen bent mag u weten dat u een tempel van de Heilige Geest bent. God is een jaloers God en deelt deze ruimte niet met een ander; zeker niet met demonen.

In onderstaande video zet Rudi Hakvoort helder uiteen waarom bevrijdingspastoraat zoals het nu door veel kerken wordt beoefend, niet Bijbels is. De video duurt net iets langer dan een uur, maar is de moeite van het kijken meer dan waard. Mijn advies zou zijn: denk goed na voordat je jezelf de handen op laat leggen of door een stappenplan laat loodsen voor bevrijding. Zoek verlichting van je lasten en verlossing van je zondelast in de eerste plaats in gebed bij God. Hij geeft om niet.

‘Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten. Nader tot God, en Hij zal tot u naderen.’ (Jakobus 4.7,8a)

Je zondeloosheid belijden

Vanuit de Bijbel weten we dat we als mens allemaal grondig tekortschieten als we ons aan Gods wet afmeten. Dit is precies de reden voor onze nood aan het evangelie: hoezeer we zelf ook proberen juiste keuzes te maken, binnen de lijntjes kleuren en een ‘goed mens’ willen zijn, niemand is onschuldig in Gods ogen. Dit kan een deprimerende gedachte zijn, maar het goede nieuws is dat Jezus kwam voor de reiniging van zonde en vereffening van alle schuld! Als we onze zonden belijden ‘dan zal Hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en reinigen van alle kwaad.’ (1 Joh 1.9 NBV)

Word of Faith leraren als Joyce Meyer en ook gebedsbevrijder Neil Anderson geloven dat zonde een illusie is die gecorrigeerd moet worden in het denken. ‘Bedenk goed: wat je doet bepaalt niet wie je bent; wie je bent bepaalt wat je doet.’ ‘Zijn we zondaren? Helemaal niet,’ stelt Anderson. ‘Het is niet moeilijk te raden wat u zult doen als u zichzelf een zondaar noemt; u zult als een zondaar leven, u zult zondigen.’1 En ook bestseller auteur Joyce Meyer zegt: ‘Ik ben niet arm. Ik ben niet ellendig.  En, ik ben geen zondaar. Dat is een leugen uit de put van de hel. Dat is wat ik was, en als ik het nog steeds ben stierf Jezus tevergeefs. Ik ga jullie iets vertellen mensen. Ik stopte niet met zondigen totdat ik het eindelijk tot mijn hersenpan liet doordringen dat ik geen zondaar meer was. En de religieuze wereld denk dat dit een dwaalleer is en wil je er voor ophangen. Maar de Bijbel zegt dat ik rechtvaardig ben en ik kan niet gelijktijdig rechtvaardig en zondaar zijn.’2 In diezelfde lijn vindt ook gebedsgenezer Benny Hinn het heel belangrijk dat christenen ‘beseffen wie ze zijn.’ Hij zegt: ‘Vertel me niet dat je Jezus hebt. Jij bent alles dat Hij was en alles dat Hij is en alles dat Hij zal zijn. Zeg niet ‘ik heb.’ Zeg; ‘Ik ben, ik ben, ik ben, ik ben, ik ben. [..] Zeg niet, ‘ik ben een zondaar.’ De nieuwe schepping is geen zondaar. Ik ben de rechtvaardigheid van God in Christus.’3

Als Paulus had geweten wat bovengenoemde Word of Faith leraren weten had hij zichzelf niet ‘de voornaamste van de zondaars’ (1 Tim 1.15,16) hoeven noemen. Hij had Jezus niet hoeven aannemen als zijn Zondoffer, maar gewoon zijn gedachten kunnen vrijzetten van die ‘leugen uit de put van de hel’ om zichzelf zondeloos te namen en claimen. Ook wij zelf zouden zo niet meer dagelijks hoeven vragen ‘vergeef ons onze zonden,’ omdat we alleen maar zouden hoeven geloven en in geloof moeten uitspreken dat we van zonde vrij zijn. Het veranderen van onze gedachten ten aanzien van onszelf zou dan hetzelfde zijn als tot bekering komen. Maar God zegt: ‘als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons.’ (1 Joh 1.8) Er is wel degelijk een verschil tussen zonder zonde zijn of als rechtvaardige worden aangenomen omdat Jezus het oordeel voor onze zonden droeg.

Hoogleraar en historicus Wouter Hanegraaff deed uitgebreid onderzoek naar de New Age beweging en stelt in zijn boek New Age religion and Western Culture: ‘We hebben gezien dat er volgens de New Age religie geen kwaad bestaat, maar dat het geloof hierin in wezen negatieve gevolgen heeft.’ ‘Mensen worden niet gezien als fundamenteel gemankeerd door ‘zonde en schuld,’ waardoor redding alleen mogelijk wordt van buitenaf; liever is het geloof in het bestaan van zo’n fout de fout zelf.’ ‘Op een bepaalde manier is het door ons eigen geloof in ‘oorspronkelijke zonde’ dat we het leed in de wereld nodeloos toe doen nemen en een ‘negatief’ karma scheppen.4

Het systeem voor vergeving van zonde dat door Anderson en Meyer wordt gepredikt, is dat door het sterk geloof in een zondeloze natuur en het positief proclameren ervan, men daadwerkelijk zondeloos wordt. Proclameren, en in het bijzonder positief proclameren van zondeloosheid, neemt daarmee de rol over van het aan God belijden van onze zondigheid, waarmee ‘belijden’ een wel heel andere inhoud krijgt. Anderson gelooft dat het belangrijk is dat mensen geloven in dat goede, zondeloze zelf om van zonde bevrijd te kunnen worden. Hij stelt: ‘Als kind van God ben je niet slecht. Je kunt slechte dingen hebben gedaan, maar in de kern van je wezen is een verlangen om te doen wat goed is..’5 Jezus Zelf stelde echter: ‘niemand is goed behalve Eén, namelijk God.’(Luk 18.19) Hij schroomde niet om Zijn eigen discipelen ‘slecht’ te noemen, ook al deden ze goede dingen. (Luk 11.13) Maar, zegt Anderson, ‘De ik-persoon is in wezen goed. Hij stemt namelijk in met de wet van God.’6 Mocht Anderson gelijk hebben, dan is het belangrijk om goed aangesloten te zijn op de emotionele behoeften van de ik-persoon om te kunnen doen wat ‘ik’ wil. Dat zou dan de manier zijn om het goede te doen en Gods wet ten uitvoer te brengen. Als Jezus echter gelijk heeft en de ik-persoon slecht is, kunnen we diens wensen beter afleggen en ons laten leiden door Zijn Geest om Zíjn wil te doen.

‘Arglistig is het hart, boven alles, ja, ongeneeslijk is het, wie zal het kennen?’ (Jeremia 17.9)

Ik Ben affirmaties

Positieve affirmaties worden door New Agers als een krachtig instrument gezien om een verandering in het bewustzijn uit te werken. Het is hierbij belangrijk dat de boodschap niet een wens is of een vraag (zoals bij bidden!) maar een krachtige stelling, die in geloof wordt vrijgezet. Weifeling wordt gezien als ondermijnend voor de uitkomst.1 De reden dat men de naam ‘Ik Ben’ in deze statements gebruikt, is dat men gelooft dat dit de manier is om in te tappen in de zogenaamd goddelijke kern in henzelf die men ook wel ‘de christus’ of ‘het ware zelf’ noemt. Dit zou de krachtigste manier zijn om tot een ontwaakt christusbewustzijn te komen en zo de persoonlijkheid te herscheppen. ‘Affirmaties kunnen in stilte worden beoefend, hardop worden uitgesproken, op worden geschreven, of worden gezongen of gechant. Hun effect wordt vergroot door een staat van meditatieve ontspanning. Een typische New Age gelovige in affirmaties zal elke dag tijd vrij maken om affirmaties uit te voeren, bijvoorbeeld voor de spiegel of in de context van meditatieve oefeningen,’2 schrijft hoogleraar Wouter Hanegraaff in zijn boek New Age religion and Western Culture. Affirmaties worden overigens ook ‘vaak onmerkbaar verscholen’ in ontspannende muziek, waarbij de boodschap nog dieper binnendringt omdat deze het bewustzijn passeert.3

Hoewel het goed is om Gods waarheid te verkondigen en Zijn Woord te proclameren, is het wat anders om hiervoor een occulte techniek te gebruiken en om dit te doen om hiermee onze eigen wil ten uitvoer te brengen. De manier waarop de Bijbel ons leert bidden is door verlangens bij God bekend te maken. (Fil 4.6) Het besluit om deze verlangens al dan niet te vervullen, ligt bij God.

Zowel in het boek Overwinning op de duisternis als ook in zijn Weg naar bevrijding laat bevrijdingsleraar Neil Anderson gelovigen één of twee keer daags een lijst Ik Ben proclamaties hardop uit te spreken, zodat ze een bewustzijn ontwikkelen van hun ware identiteit ‘in Christus.’ De bewustwording van deze ware identiteit zou hen geestelijk volwassen maken, wat niet vreemd is wanneer je beseft dat dit bij Anderson hetzelfde is als je ware identiteit als kind van God kennen – ofwel christusbewustzijn ontwikkelen. ‘Hoe kunnen we geestelijk rijp worden, als we niet eerst een kind van God geworden zijn? Een christen kan zijn ware identiteit pas ontdekken en geestelijk volwassen worden, als hij deel heeft aan Gods natuur,’4 stelt hij. ‘Lees de twee lijsten met uitspraken over uw identiteit regelmatig door. Zie uzelf in die eigenschappen. Geloof ze en leef ernaar.’5 ‘Ik ben niet de grote ‘IK BEN’, maar door Gods genade ben ik wat ik ben.’6 Door het volgende overzicht, ‘Twintig keer: Ik kan,’ zullen we de almachtige God, in wie we ons vertrouwen hebben gesteld beter leren kennen. Als we de twintig stellingen in ons hoofd prenten, zullen we uit de neerslachtigheid getrokken worden en met Christus in de hemelse gewesten gezeten zijn.’7 Wat voor Christus geldt, geldt ook voor ons.’8 Het klinkt zo positief en zo Bijbels, maar het hele punt is dat we als christenen juist niet geloven dat wat ‘ik kan’ en wie ‘ik ben’ ons verlost en bevrijdt, maar enkel wat God kan en wat Jezus deed. In plaats van werkelijk te groeien in volwassenheid en afhankelijkheid van God, worden christenen op deze manier juist van Hem losgeweekt om volledig te vertrouwen op hun eigen zelf.

Wereldwijd bestsellerauteur en kerkleider Joel Osteen gebruikt soortgelijke Ik Ben proclamaties om een succesvol leven voor zichzelf af te dwingen. In zijn boek De Kracht van Ik Ben schrijft hij: ‘De hele dag door is de kracht van ‘Ik Ben’ aan het werk.’9 ‘Hierbij het principe: wat na het ‘Ik Ben’ komt, vindt jou.’10 ‘Je moet voorzichtig zijn met wat na het ‘Ik ben’ komt. Zeg nooit, ‘ik ben zo’n pechvogel. [..] Daarmee nodig je teleurstellingen uit. ‘Je moet een paar nieuwe uitnodigingen uitzenden; ‘Ik ben gezegend. Ik ben sterk. Ik ben getalenteerd.’ Als je op die manier praat, wordt talent door Almachtig God opgedragen: ‘Ga eropuit en vind die persoon.’ Gezondheid, kracht, overvloed en discipline zullen beginnen jouw kant op te komen.’11 Maar de Bijbel zegt: ‘Want als iemand iets denkt te zijn, terwijl hij niets is, bedriegt hij zichzelf.’ (Gal 6.3)

Hoewel Osteen claimt christen te zijn, gebruikt hij dezelfde Law of Attraction trucs als die New Agers, oosterse goeroes en motivational speakers gebruiken om mensen hun zelfbeeld te laten herscheppen. Als dat beeld ‘Christus’ is, scheppen zij ‘christus.’ Is dat beeld ‘God,’ dan scheppen zij ‘God.’ Zoals goeroe Sai Baba uitlegt: ‘ Denk God, wees God. Denk stof, wees stof. Zoals je denkt, zo zul je zijn.’

Om gebruik te maken van Ik ben affirmaties, moeten we Gods Naam misbruiken door die voor ons eigen gewin te gebruiken. ‘God zei tegen Mozes: IK BEN DIE IK BEN. Ook zei Hij: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: IK BEN heeft mij naar u toe gezonden. Toen zei God verder tegen Mozes: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: De HEERE, de God van uw vaderen, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob, heeft mij naar u toe gezonden. Dit is voor eeuwig Mijn Naam, dit is Mijn Naam ter gedachtenis, van generatie op generatie.’ (Ex 3.14,15) Daarnaast moeten we dingen die op God van toepassing zijn en niet onszelf, belijden. Ofwel, we worden aangezet tot liegen. (Deut 5.20) De door motivational speakers en ook bevrijdingsleraren gebruikte methode heeft niets met christendom te maken, maar alles met toverij. De achterflap van het boek Ik Ben van Jean Klein beschrijft: ‘Wat je al bent is het antwoord en de bron van de vraag. Hierin ligt de kracht tot transformatie.’12  Kleins techniek is gebaseerd op de hindoeïstische filosofie Advaita Vedanta en wordt veelal door New Agers gebruikt.

Foto’s: Screenshots van het lied ‘Who You Say I Am’ van Hillsong Worship